Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2.

Artikel 18.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde gemeenteraad Goes 2021

1.. Na de opening van de vergadering kunnen aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over geagendeerde onderwerpen. Indien een geagendeerd onderwerp bij de vaststelling van de agenda wordt afgevoerd, blijft de mogelijkheid bestaan om over dat onderwerp in te spreken. 2.. Het woord kan niet gevoerd worden over benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen. 3.. Het spreekrecht geldt niet voor personen die het woord willen voeren namens een politieke partij die in de raad vertegenwoordigd is. 4.. Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp waarover hij het woord wil voeren. 5.. De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 6.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. Indien zich meer dan zes sprekers hebben aangemeld wordt de totaal beschikbare spreektijd evenredig over hen verdeeld. 7.. De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter, of een lid van de raad doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.

Rechtspraak bij dit artikel