De voorzitter is belast met:
het leiden van de vergadering;
het handhaven van de orde;
het doen naleven van het reglement van orde;
hetgeen de Gemeentewet of dit reglement hem verder opdraagt.
De raad benoemt uit zijn midden een eerste en een tweede waarnemend voorzitter, als bedoeld in artikel 77, eerste lid van de Gemeentewet.
De raad kan de door hem benoemde plaatsvervangend voorzitter uit zijn functie ontheffen als hij niet langer het vertrouwen van de raad geniet.