1. Het college kan per geconstateerde overtreding een bestuurlijke boete opleggen.
2. De hoogte van de boete die het college kan opleggen betreft per overtreding maximaal een bedrag van:
a. Bij prioriteit “hoog”: € 8.000,- (zegge: achtduizend euro);
b. Bij prioriteit “middel”: € 4.000,- (zegge: vierduizend euro);
c. Bij prioriteit “laag”: € 2.000,- (zegge: tweeduizend euro).
3. De boete die het college kan opleggen betreft een maximum. Het college kan ook lagere boete opleggen.
4. Bij de berekening van de bestuurlijke boete als bedoeld in lid 2 wordt voor alle overtredingen het boetebedrag dat past bij de prioritering in het toetsings- en afwegingskader als uitgangspunt gehanteerd.
5. Naast de bestuurlijke boete kan het college de maatregel opleggen dat de aanbieder alle vergoedingen die het heeft ontvangen ten behoeve van de exploitatie van de voorziening terugbetaalt.
6. Het college legt altijd een boete op indien de aanbieder in gebreke blijft bij het herstellen van onvoldoende kwaliteit na de periode van het verscherpt toezicht zoals bedoeld in artikel 10.
7. Indien blijkt dat de aanbieder bewust verwijtbaar heeft gehandeld, wordt de boete verhoogd tot 130 procent van de in dit artikel genoemde maximale boete.
Artikel 11
Bestraffend traject
Onderdeel van Verordening Toezicht en Handhaving Kwaliteit Wmo en Participatie 2021 gemeente Leeuwarden