1. Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van:
a. de ernst van de overtreding;
b. de mate van verwijtbaarheid;
c. de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan, of;
d. de omstandigheden waarin de overtreder verkeert,
boete oplegging volgens deze verordening onevenredig is.
2. Van een situatie als bedoeld in het vorige lid kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van deze verordening niet is voorzien.
Artikel 13
Matiging
Onderdeel van Verordening Toezicht en Handhaving Kwaliteit Wmo en Participatie 2021 gemeente Leeuwarden