Naar hoofdinhoud
1. De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek als bedoeld in artikel 3 vast in een inspectierapport. 2. Indien de toezichthouder oordeelt dat door de aanbieder de bij of krachtens de in deze verordening gestelde regels niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. 3. Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de aanbieder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de aanbieder in een bijlage bij het rapport. 4. De toezichthouder zendt het inspectierapport, bedoeld in het eerste lid, onverwijld aan de aanbieder. 5. De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel