Naar hoofdinhoud
1. Het college van de gemeente waarvan inwoners gebruik maken van ondersteuning van een aanbieder, kan de aanbieder een schriftelijke aanwijzing geven indien de bij of krachtens deze verordening gestelde regels niet of in onvoldoende mate worden nageleefd. 2. In een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid geeft het college met redenen omkleed aan op welke punten de in het eerste lid bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen. 3. De toezichthouder kan een schriftelijk bevel geven aan een aanbieder indien hij oordeelt: a. dat de kwaliteit van een aanbieder zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden; of; b. dat de kwaliteit van een aanbieder zodanig tekort schiet, en daardoor het risico bestaat dat ook de kwaliteit van de ondersteuning in gevaar komt, dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. 4. Het bevel, bedoeld in het derde lid, heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, welke door het college kan worden verlengd. 5. De aanbieder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.

Rechtspraak bij dit artikel