Naar hoofdinhoud
In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. Wet: Participatiewet; b. College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden; c. Inkomensterugval: een overzienbare, onvermijdelijke terugval in het inkomen van meer dan 30% als direct gevolg van de coronacrisis; d. Woning: de zelfstandige woning die door de aanvrager zelf wordt bewoond. Kamerbewoning valt niet onder dit begrip; e. Peildatum: de eerste dag van de maand waarop de aanvrager de TONK in wil laten gaan, of anders van de eerste maand waarin recht bestaat op de TONK; f.Inkomen: het netto inkomen van de aanvrager en zijn/haar partner exclusief vakantiegeld. Tot inkomen wordt in ieder geval gerekend, het netto inkomen uit: - werk of eigen onderneming; - uitkering; - (onder)verhuur; - inkomsten uit een PGB; - studiefinanciering (WSF) of WTOS; - inkomen uit vermogen zoals rente en dividend; - inkomen uit partner- en/of kinderalimentatie. g. Draagkracht inkomen: 50% van het inkomen boven 150% van de referentienorm. h. referentienorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag als bedoeld in paragraaf 3.2 Participatiewet met uitzondering van de kostendelersnorm. i. Overige geldmiddelen: de middelen waarover de aanvrager en partner (redelijkerwijs) kunnen beschikken. Tot overige geldmiddelen worden gerekend: - contant geld; - geld op betaal- en spaarrekeningen; - cryptovaluta (zoals bitcoins); - de waarde van effecten (hierbij gaat het om beleggingsrekeningen met aandelen, obligaties, en opties en effecten in depot). j. schuldhulpverleningstraject: een minnelijk schuldenregeling die door een professionele organisatie wordt uitgevoerd of een wettelijke schuldenregeling als bedoeld in Titel 3 van de Faillissementswet.

Rechtspraak bij dit artikel