Voor het toepassen van de last onder bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet zijn de algemene bepalingen uit artikel 5:21 e.v. van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) van toepassing. Hieronder worden de stappen kort uiteengezet.
4.1 Voorbereiding
Op basis van de bestuurlijke rapportage of het hennepbericht, opgesteld door de politie, en eventueel andere verkregen informatie over het desbetreffende pand wordt een dossier aangemaakt om op grond van artikel 13b van de Opiumwet bestuurlijk op te kunnen treden.
4.2 Situatiebeoordeling
Per dossier wordt een situatiebeoordeling gemaakt, of handhavend opgetreden kan worden. Deze beoordeling gebeurt aan de hand van de in hoofdstuk vijf en zes opgenomen feiten en omstandigheden en daarbij behorende handhavingsmatrixen. De belangenafweging is hiermee zoveel mogelijk inzichtelijk gemaakt.
4.3 Waarschuwing
Indien uit de situatiebeoordeling blijkt dat een waarschuwing wordt gegeven, wordt deze op schrift gesteld en (indien mogelijk) namens de burgemeester aan belanghebbende(n) overhandigd/verzonden.
Waarschuwingen kunnen gepubliceerd worden zonder vermelding van een huisnummer. Een waarschuwing is ‘pandgebonden’, maar kan (nog) niet worden ingeschreven in het gemeentelijk beperkingenregister want de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen is hierop (nog) niet van toepassing. Om het voor nieuwe pandeigenaren mogelijk te maken in te zien of een pand al eerder in aanraking is geweest met artikel 13b van de Opiumwet kan de waarschuwing bekend gemaakt worden op officielebekendmakingen.nl, de gemeentelijke website en in het plaatselijke huis-aan-huis blad.
Als een eigenaar naast het pand waarin de overtreding van de Opiumwet heeft plaatsgevonden, nog andere panden bezit en er een gegronde aanleiding bestaat te vrezen dat ook in die panden overtredingen van de Opiumwet zullen gaan plaatsvinden (bijvoorbeeld door het verhuurbeleid van deze eigenaar) dan kan de waarschuwing zich ook richten tot deze panden. In dat geval wordt in de waarschuwing gemeld om welke panden het gaat en waarom deze verbreding noodzakelijk geacht wordt.
4.4 Sluitingsbesluit
- Voornemen en zienswijze
Ter voorbereiding van een besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt het voornemen bekend gemaakt. Tegen dit voornemen kan een zienswijze, hetzij schriftelijk, hetzij mondeling, worden ingediend (artikel 4:8 en 4:9 van de Awb). Hiervan wordt afgezien indien vereiste spoed zich hiertegen verzet (artikel 4:11, onder a, van de Awb).
De zienswijze kan een ander licht op de zaak werpen, waardoor een minder zware of juist zwaardere bestuursrechtelijke maatregel opgelegd moet worden.
Last onder bestuursdwang inhoudende sluiting
Het besluit wordt op schrift gesteld en aangetekend verzonden aan de overtreder en aan de andere rechthebbenden op het gebruik van de zaak waarop de last ziet (artikel 5:24 Awb). Wordt besloten de woning te sluiten op grond van bijvoorbeeld artikel 13b Opiumwet, dan moet dat besluit ook bekend worden gemaakt aan bijvoorbeeld de eigenaar van die woning. In de last onder bestuursdwang inhoudende sluiting worden in ieder geval de volgende elementen opgenomen:
bevel tot sluiting op grond van artikel 13b Opiumwet. De last houdt in dat het pand ontoegankelijk is en blijft gedurende de termijn van sluiting en dat een aankondiging van de sluiting duidelijk zichtbaar moet worden aangebracht op het betreffende pand;
aanduiding van het pand, adres en kadastraal nummer. De last houdt een concrete omschrijving in van wat moet worden gesloten en gesloten moet worden gehouden en in voorkomend geval een nadere aanduiding van de betreffende ruimten dan wel erven;
termijn van de sluiting;
motivering van de last inhoudende sluiting, waarbij wordt verwezen naar onderhavige Beleidsregel;
begunstigingstermijn. In de last wordt een termijn opgenomen van minimaal drie werkdagen. Indien echter het pand al gesloten is ten tijde van het nemen van het besluit, kan worden volstaan met een kortere begunstigingstermijn;
rechtsmiddelenclausule. Tegen het besluit kunnen belanghebbenden bezwaar maken en een voorlopige voorziening vragen;
eventueel de mogelijkheid om opheffing van de sluiting te verzoeken;
aanzegging tot kostenverhaal in het geval het bestuursorgaan de last dient uit te voeren. Dit geldt wanneer de last niet binnen de in het besluit aangegeven begunstigingstermijn geheel wordt uitgevoerd. Zie hieronder nog het kopje ‘kostenverhaal’;
de wijze van sluiting van het pand: de eigenaar van het pand wordt in de gelegenheid gesteld het pand zorgvuldig af te sluiten. De toezichthouder van de gemeente plakt zegels op deuren en ramen om te kunnen controleren of deze ook daadwerkelijk gesloten blijven tijdens de periode van sluiting;
voldoet de eigenaar van het pand in eerste instantie niet aan de last onder bestuursdwang om het pand te sluiten, dan wordt de eigenaar van het pand nogmaals in de gelegenheid gesteld dit te doen. Geeft de eigenaar geen gehoor aan deze tweede oproep, dan zorgt de gemeente voor de sluiting. Hierbij zijn de volgende mogelijkheden van toepassing: de sloten worden vervangen of er wordt een hangslot geplaatst door de gemeente op kosten van de eigenaar.
4.5 Gebruik pand tijdens sluiting
Als blijkt dat het pand toch gebruikt wordt (bijvoorbeeld bij constatering van doorbroken zegels) of daar vermoedens voor zijn, dan past de gemeente bestuursdwang toe en vervangt de gemeente de sloten of wordt het pand dicht getimmerd. Dit proces wordt beschreven in de last onder bestuursdwang. De sleutels van de nieuwe sloten blijven gedurende de sluitingsperiode in bezit van de gemeente Buren. Na toepassing van bestuursdwang wordt het pand opnieuw door de gemeente verzegeld. De kosten van deze maatregelen worden verhaald op de eigenaar.
4.6 Effectuering last onder bestuursdwang inhoudende sluiting
De overtreder/eigenaar kan tijdens de sluiting niet over het pand/zijn eigendom beschikken. Op grond van artikel 2:41 van de APV van de gemeente Buren, is het verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.
Bij panden die aan verschillende personen worden verhuurd, zoals kamerverhuurpanden, kan, indien dit mogelijk is, worden besloten tot gedeeltelijke sluiting door sluiting van de afzonderlijke kamer(s) of een gedeelte van het pand. De rest van het pand blijft dan voor derden toegankelijk. Hierdoor worden bijvoorbeeld medebewoners, die niets met de overtreding te maken hebben, niet onnodig getroffen. Bij aanhoudende overlast kan het pand alsnog in zijn geheel gesloten worden.
Bewoners die niets met de overtreding(en) in en rond het pand te maken hebben, kunnen worden getroffen door het sluitingsbesluit. Uit jurisprudentie met betrekking tot artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens blijkt dat in dit geval aan de ‘onschuldige’ bewoner passende, vervangende woonruimte moet worden aangeboden.
Op grond van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken dient de sluiting van het pand binnen vier dagen te worden ingeschreven in de landelijke voorziening.
4.7 Controle verzegeling
Met regelmaat wordt gecontroleerd of de verzegeling in tact is. Indien een zegel is verbroken, wordt daarvan aangifte gedaan bij de politie en wordt de verzegeling vervangen. Het verbreken van een zegel is strafbaar gesteld in artikel 199, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht en is een misdrijf tegen het openbaar gezag. Indien aanwijzingen zijn dat het pand is betreden, wordt het pand geopend voor onderzoek. De politie is bevoegd hier tegen op te treden.
4.8 Kostenverhaal
De toepassing van bestuursdwang geschiedt ingevolge artikel 5:25, eerste lid, van de Awb op kosten van de overtreder. Dat is in de eerste plaats degene die de verboden handeling fysiek heeft verricht. Daarnaast kan in bepaalde gevallen degene die de overtreding niet zelf feitelijk heeft begaan, doch aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden gehouden en derhalve als overtreder worden aangemerkt. Van de eigenaar van een pand die dat verhuurt, mag worden gevergd dat hij zich tot op zekere hoogte informeert over het gebruik dat van het door hem verhuurde pand wordt gemaakt.
4.9 Heropening
Wanneer na heropening van het pand opnieuw overtreding van de Opiumwet plaatsvindt, wordt wederom conform de handhavingsmatrixen bestuurlijk opgetreden.
Indien een belanghebbende van mening is dat een voor een bepaalde tijd gesloten pand eerder heropend zou moeten worden, kan een gemotiveerd verzoek tot opheffing van het besluit worden ingediend bij de burgemeester. Dit verzoek kan in beginsel alleen ingewilligd worden als de vrees voor herhaling verdwenen is en de burgemeester van oordeel is dat er door nieuwe feiten en omstandigheden een andere belangenafweging moet plaatsvinden. Het uitgangspunt is nadrukkelijk dat een opgelegde sluiting ook geëffectueerd wordt en alleen bij uitzondering tussentijds wordt opgeheven. Een verzoek wordt in ieder geval niet ingewilligd indien degene tot wie de sluiting zich richtte nog steeds gebruiker is van het pand. Ook zal er bij een lokaal sprake moeten zijn van een opvallend gewijzigd gebruik, bijvoorbeeld winkel in plaats van horeca of andersom, zodat evident is dat er een nieuwe onderneming gevestigd is. Verder zal er aangetoond moet worden dat er voldoende maatregelen getroffen worden om herhaling te voorkomen.
Artikel 4.
Toepassen last onder bestuursdwang
Onderdeel van Beleidsregel Bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Buren