Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan een individuele voorziening verstrekken in de vorm van een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet. Een pgb kan worden verstrekt indien: de jeugdige of zijn ouders, al dan niet met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor of gemachtigde, aantoonbaar in staat zijn de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren; de jeugdige of zijn ouders kunnen motiveren waarom zij de individuele voorziening die door een gecontracteerde aanbieder wordt geleverd, niet passend achten; Het college kan nadere regels vaststellen over de aan het pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen. Naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die de jeugdige of zijn ouders willen betrekken van een professionele aanbieder of een persoon die behoort tot het sociale netwerk van goede kwaliteit is. Dit betekent onder meer dat de hulp veilig, doeltreffend en cliëntgericht wordt verleend. 2.. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een pgb voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. 3.. Het pgb kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. 4.. Het college kent geen persoonsgebonden budget toe als: in de drie járen, voorafgaand aan de datum van het onderzoek, toepassing is gegeven aan artikel 8.1.4, lid 1 sub a, d, of e en lid 3 van de wet; als de cliënt (en diens eventuele vertegenwoordiger) niet voldoende pgb vaardig is; de kwaliteit van de ondersteuning onvoldoende is geborgd; de zorg die aangevraagd wordt, valt onder gebruikelijke hulp; behandeling geboden wordt door een ouder of door personen waarbij sprake is van een persoonlijke band die de behandeling mogelijk in de weg staat. 5.. Het pgb mag niet worden besteed aan: kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers; kosten voor het voeren van een pgb-administratie; kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; kosten voor een feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering. 6.. Het college weigert in ieder geval een pgb indien zij verwacht dat de budgethouder of zijn vertegenwoordiger niet kan voldoen aan de taken verbonden aan het pgb. Het pgb kan in ieder geval geweigerd worden als: De budgethouder of de voorgestelde vertegenwoordiger handelingsonbekwaam is. De budgethouder of de voorgestelde vertegenwoordiger geen inzicht in zijn functionele beperkingen heeft. De budgethouder of de voorgestelde vertegenwoordiger als gevolg van een verstandelijke handicap of ernstig psychische problemen onvoldoende inzicht heeft. De budgethouder of de voorgestelde vertegenwoordiger als gevolg van vastgestelde, blijvende cognitieve stoornis onvoldoende inzicht heeft. De budgethouder of de voorgestelde vertegenwoordiger als gevolg van het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taal in woord en geschrift onvoldoende inzicht heeft. Er sprake is van verslavingsproblematiek. Er eerder misbruik is gemaakt van het pgb. Er sprake is van fraude. Er een schuld is bij de zorgverlener waar de voorziening wordt/zal worden ingekocht. Het perspectiefplan als onvoldoende wordt beoordeeld door het college of het perspectiefplan niet of onvolledig wordt ingeleverd. De in te kopen zorg onder een andere wet dan de Jeugdwet valt. Indien aanwezig een wettelijke vertegenwoordiger niet expliciet instaat voor het uitvoeren van de taken die komen kijken bij een pgb. De zorgaanbieder geregistreerd staat bij het informatie Knooppunt Zorgfraude of het waarschuwingsregister. De vertegenwoordiger mag geen banden hebben met de in te zetten zorg, tenzij het de eigen ouders zijn. Bovenstaande opsomming is niet limitatief. 7.. Aanvullende regels voor pgb bij: De pgb-houder mag geen vaste maandlonen afspreken met hun zorgverlener(s). De zorgverlener wordt via een declaratie of factuur uitbetaald door de SVB.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel