Na acceptatie van een verzoek wordt door/namens het college een geschikte locatie gekozen voor het realiseren van een oplaadobject. Het college heeft de mogelijkheid voorafgaand aan een locatievoorstel een of meerdere voorkeurslocaties te bepalen. De bepaling hiervan vindt - indien beschikbaar - plaats middels het opstellen van een laadkaart.
De locatie van een oplaadobject hangt af van bepaalde criteria. Daarnaast gaan we ook uit van een aantal voorkeuren wat betreft de plaatsing van een oplaadobject. De criteria en voorwaarden worden hieronder nader gespecificeerd.
Strategische locatie
Criteria
Toegankelijkheid voor meerdere typen gebruikers (woon + werk + winkels etc.)
Zichtbaarheid/vindbaarheid
Einde van de straat is zichtbaarder dan midden in de straat
Aan doorgaande weg is zichtbaarder/meer gebruikers dan aan niet-doorgaande weg
Invloed op parkeerdruk. Hierbij prevaleert het belang van het ontwikkelen van een openbaar oplaadnetwerk boven een eventuele lokale parkeerdruk, omdat:
er sprake is van vele bestaande parkeermogelijkheden op wijkniveau en een elektrisch voertuig vaak in de plaats komt van een regulier voertuig, zodat de parkeerdruk gelijk blijft;.
gezien de hoeveelheid aanvragen voor laadvoorzieningen een verschuiving van parkeerdruk aannemelijk is in een ruimere omgeving (wijkniveau) van de aan te wijzen parkeervakken.
Hoge bewonersdichtheid
Weinig woningen met eigen oprit in de buurt
Mogelijkheid tot uitbreiding naar laadplein
De gemeente stelt zich zo goed mogelijk op de hoogte van eventueel geplande werkzaamheden in het gebied om te voorkomen dat laadpalen op korte termijn verwijderd en/of verplaatst dienen te worden
Installatie & onderhoud
Criteria
Kortst mogelijke afstand tot aanwezige stroomkabel en bij voorkeur binnen 25 meter
Minimale hoeveelheid noodzakelijke weg- en bosschage-opbrekingen
Het voorkomen van beschadiging van boomwortels en bomen
Niet tussen het struikgewas of (boom)wortels
Werkzaamheden dienen op gemeentegrond uitgevoerd te kunnen worden
Voorwaarden:
Onderhoud en installatie moet veilig uitgevoerd kunnen worden
Het oplaadobject dient in het midden tussen twee vakken geplaatst te worden
Het oplaadobject dient op gelijke hoogte (+/- hoogte trottoir) met de parkeervakken geplaatst te worden
Het oplaadobject dient op gemeentegrond geplaatst te worden
Rondom het oplaadobject dient tenminste 50 cm ruimte voor onderhoud beschikbaar te zijn.
Minimale doorgang van het trottoir na plaatsing oplaadobject: 120 cm (+/- 4 stoeptegels)
Let op of er na plaatsing van het oplaadobject op de gekozen positie minimaal 120 centimeter (4 stoeptegels van 30x30cm) doorloopruimte aan de achterzijde van het oplaadobject over blijft. Een uitstapstrookje is een uitzondering, want hier hoeft geen kinderwagen of rollator langs.
Het oplaadobject dient minimaal even ver van de boom te staan als de kruin van de boom breed is met een minimum van 1 meter
Indien wel in groenstrook gewenst dient de gemeente zorg te dragen voor:
Het op eigen kosten aanbrengen van verharde ondergrond rondom het oplaadobject (bijvoorbeeld rij stoeptegels). Werkzaamheden kunnen tegen meerwerkkosten worden uitgevoerd door exploitant.
Het op eigen kosten vrijhouden van minimaal 50cm bosschages/groenwerk rondom het oplaadobject. Werkzaamheden kunnen initieel kosteloos door beheerder worden uitgevoerd.
Het oplaadobject dient niet aanrijdgevoelig opgesteld te worden:
Minimale afstand vanaf stoeprand: 1 stoeptegel + band (+/- 45 cm)
Indien toch gekozen wordt voor locatie met aanrijdrisico, dan dient de beheerder zorg te dragen voor het aanbrengen van aanrijdbeveiliging; de volgende aanrijdbeveiliging is in de concessie inbegrepen:
Diamantkoppaaltjes
Indien de gemeente een ander soort aanrijdbeveiliging wenst kan de gemeente hier zelf zorg voor dragen of de beheerder kan een andere optie aanrijdbeveiliging tegen een meerprijs laten uitvoeren. Indien gemeente meerwerk door de beheerder wil laten verzorgen, moet dit in de pre-check van het locatievoorstel worden aangegeven.
Gebruiksvriendelijkheid & veiligheid
Criteria:
Voorkomen struikelgevaar door kabels
Streven naar minimale afstand van parkeervakken tot oplaadobject
Haakse- en parallel gelegen parkeervakken worden geprefereerd boven parkeervakken die schuin aan de weg zijn gepositioneerd
Het voorkomen van belemmering voor doorstroming van het overige wegverkeer, langzame verkeersstromen etc.
Het voorkomen van oplaadlocaties aan hoofdverkeerswegen
Het voorkomen van oplaadlocaties in gebieden met een afwijkend parkeerregime (zoals blauwe-zones, winkelstraten of andere locaties met een parkeerduurbeperking)
Het oplaadobject wordt bij voorkeur niet geplaatst voor de deur of het raam van een woonhuis.
Locatiekeuze niet in de directe nabijheid van andere objecten in de openbare ruimte zoals fietsenrekken, vuilcontainers, struiken, bomen en straatmeubilair
Houd rekening met de toegankelijkheid van het oplaadobject voor minder valide e-rijders
Bij voorkeur niet midden tussen andere parkeervakken (i.v.m. ruimte voor uitstappen)
Bij voorkeur zo dicht mogelijk in de buurt van meest gebruikte bestemming
Voorwaarden:
Voorkomen van wegversperring voor aanrijdroutes van hulpdiensten
Onderhoud en installatie moet veilig uitgevoerd kunnen worden (gelet op oriëntatie ten opzichte van verkeersstromen)
Vergunningscriteria
Onderstaand het type vergunningen (inclusief doorlooptijden) waarmee rekening gehouden wordt in de locatiekeuze. Des te meer vergunningen noodzakelijk zijn, des te langer de doorlooptijd is tot realisatie van een oplaadlocatie.
Tracélengte & wegoversteken (40 werkdagen)
WIOR (>25m). WIOR staat voor Werken in de Openbare Ruimte. Er is een vergunning nodig als u de grond gaat openbreken.
Breekvergunning. Het is een vergunning om in de grond te mogen breken, ook wel opbreekvergunning genoemd.
Persing/boring. Het is een vergunning voor een gestuurde boring. Hierbij wordt vooraf gekeken of niet overige infra in de grond wordt geraakt.
Open ontgraving. Bij het open graven van de grond, heb je vaak een graafvergunning nodig. Voorafgaand is hier een klik melding voor nodig, omdat er wordt gekeken of er geen leidingen in de grond worden geraakt.
Bodemonderzoek/vervuilde grond/BUS-melding (=Besluit Uniforme Sanering).
Verkeersplan (omleiding)
ProRail (40-65 werkdagen)
11 meter uit hart spoor
Oversteek onder spoor door
Rijkswaterstaat en waterschappen (40-65 werkdagen)
Dijken waterlichamen. Hierbij is een vergunning nodig. De reden hiervan is dat alles wat aan aangrenzend water is gelegen zoals o.a. dijkenliggers gegraven moet worden.
Rijkswegen
Van oktober tot april: dijksluiting
Zakelijk recht (maatwerk)
Kruising privaat terrein
Recht van overpad
Artikel 4