Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2:3

Matiging of verhoging van de bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels handhaving kinderopvang De Fryske Marren 2021

Het college matigt ambtshalve de bestuurlijke boete met 50%, als een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan een houder: waarbij nog geen reguliere inspectie, als bedoeld in artikel 1.62, tweede lid, Wet kinderopvang heeft plaatsgevonden (een nieuwe houder in De Fryske Marren); van 1 kindercentrum voor dagopvang met maximaal 16 kindplaatsen op locatie op basis van registratie in het LRK (een kleine houder); van 1 kindercentrum voor buitenschoolse opvang met maximaal 25 kindplaatsen op locatie op basis van registratie in het LRK (een kleine houder); van 1 gastouderbureau dat maximaal 12 kinderen bemiddelt in gemeente De Fryske Marren op basis van registratie in het LRK (een kleine houder). Als met 1 feitelijke gedraging 2 of meer overtredingen zijn begaan, die ook los van elkaar kunnen worden begaan, legt het college voor elke afzonderlijke overtreding een bestuurlijke boete op. De bestuurlijke boete voor de overtreding met het hoogste boetebedrag wordt helemaal opgelegd. De andere overtreding(en) wordt of worden gematigd tot 1/3de van het boetebedrag. Als met 1 feitelijke gedraging 2 of meer overtredingen zijn begaan, die niet los van elkaar kunnen worden begaan, legt het college alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag. Het college legt, in afwijking van het derde lid, alleen een bestuurlijke boete op voor de beroepskracht voorschoolse educatie die niet aan de kwalificatie-eisen voldoet, wanneer hierdoor ook de beroepskracht-kindratio voorschoolse educatie is overtreden. Het college verhoogt ambtshalve de bestuurlijke boete met 50%, als sprake is van recidive of als de overtreding met opzet is begaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel