Naar hoofdinhoud
1.. De subsidie voor de in artikel 12 onder a sub i bedoelde activiteiten bedraagt 75% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 200.000. Subsidiabele kosten zijn: kosten van coördinatie, administratie en andere ondersteunende functies; kosten van externe adviseurs; kosten van materialen en hulpmiddelen; kosten van ruimten en bijbehorende faciliteiten; kosten van communicatie, promotie en publiciteit; kosten van de inzet van vrijwilligers tot een maximum van wat belastingvrij kan worden uitgekeerd. 2. . De subsidie voor de in artikel 12 onder a sub ii bedoelde activiteiten bedraagt maximaal 15% van de subsidiabele kosten voor grote ondernemingen, 50% voor kleine en middelgrote ondernemingen en 75% voor procesinnovaties die niet als economisch worden aangemerkt tot een maximum van € 200.000. In geval van steun aan grote ondernemingen moet er worden samengewerkt met kmo’s en de samenwerkende kmo’s dienen ten minste 30% van de totale in aanmerking komende kosten te dragen. Subsidiabele kosten zijn: personeelskosten; kosten van apparatuur en uitrusting, gebouwen en gronden voor zover en zolang zij worden gebruikt voor het project; kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die op ‘arm's length’ worden verworven bij of waarvoor een licentie wordt verkregen van externe bronnen; bijkomende algemene kosten en andere exploitatiekosten, waaronder die voor materiaal, leveranties en dergelijke producten, die rechtstreeks uit het project voortvloeien. 3.. De subsidie voor de in artikel 12 onder b bedoelde activiteiten bedraagt maximaal 50% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 50.000,-. Subsidiabele kosten zijn de kosten van externe adviseurs. 4.. De subsidie voor de in artikel 12 onder c bedoelde activiteiten bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 100.000,-. De steunintensiteit kan met 20% worden verhoogd voor kleine ondernemingen en voor activiteiten die niet als economisch worden aangemerkt en met 10% voor middelgrote ondernemingen. 5.. Met inachtneming van artikel 16, tweede lid, kan de subsidie worden verhoogd tot een maximum van 90% van de subsidiabele kosten indien het project gericht is op activiteiten zoals bedoeld in artikel 12 onder c sub iii aan verenigingen van eigenaars van een gebouw of groep van gebouwen bestaande uit maximaal 7 woningen binnen de vereniging. 6.. In het geval van een aanvraag van een projectmatig samenwerkingsverband van meerdere gemeenten bedraagt de subsidie het maximum van € 100.000,- per gemeente dat deelneemt aan het samenwerkingsverband tot een maximum van € 400.000,- voor het samenwerkingsproject als geheel. 7.. De subsidie voor de in artikel 12 onder d bedoelde activiteiten bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten tot een maximum van € 250.000,-. De steunintensiteit kan met 20% worden verhoogd voor kleine ondernemingen en voor activiteiten die niet als economisch worden aangemerkt en met 10% voor middelgrote ondernemingen. 8.. De subsidiabele kosten voor artikel 12 onder c en d bedoelde activiteiten zijn: kosten van coördinatie, administratie en andere ondersteunende functies; kosten van externe adviseurs; kosten van materialen en hulpmiddelen; kosten van ruimten en bijbehorende faciliteiten; kosten van communicatie, promotie en publiciteit; kosten van de inzet van vrijwilligers tot een maximum van wat belastingvrij kan worden uitgekeerd. 9.. Bijdragen in natura zijn subsidiabel voor coöperaties en andere rechtspersonen: voor zover het om de eigen arbeid van bestuurders, managers of leden gaat waarvoor geen door facturen of documenten met gelijkwaardige bewijskracht gestaafde contante betalingen worden verricht; voor zover de bijdrage in natura als eigen bijdrage wordt ingezet in het project; indien de werkelijke arbeidstijd voor de uitvoering van de activiteit wordt verantwoord door de subsidieontvanger en gecontroleerd kan worden; voor zover het totaal aan betaalde overheidssteun aan een project, dat bijdragen in natura bevat, aan het einde van het project, niet hoger zal zijn dan de totale subsidiabele uitgaven exclusief de bijdragen in natura. 10.. De subsidie voor de in artikel 12 onder e bedoelde energiebesparende maatregelen bedragen maximaal € 2.500,- per woning tot een maximum van € 250.000,- per aanvraag. Subsidiabele kosten zijn de kosten voor materialen, installaties en installatiekosten voor het verduurzamen van woningen. 11.. De subsidie voor de in artikel 12 onder f bedoelde investeringen bedragen: maximaal 30% van de investeringskosten voor energiebesparende maatregelen tot een maximum van € 2.500,- per woning en een maximum van 100 te renoveren woningen; maximaal 45% van de investeringskosten voor de kosten van installaties in de productie van hernieuwbare energie met inbegrip van warmtepompen die voldoen aan bijlage VII bij Richtlijn 2018/2001 tot een maximum van € 250.000,-. De steunintensiteit kan met 20% worden verhoogd voor kleine ondernemingen en met 10% voor middelgrote ondernemingen. 12. . De in aanmerking komende kosten voor de in artikel 12 onder f bedoelde investeringskosten bestaan uit: materiaalkosten en kosten voor apparatuur en installaties; kosten voor bouw en installatiewerkzaamheden. 13. . Voor de in artikel 12 onder f bedoelde projecten wordt geen subsidie verstrekt voor de kosten van: leges; de benodigde aansluiting op het elektriciteitsnetwerk; laadinfrastructuur; beveiligingsmaatregelen; gebouwen en technische ruimtes voor het onderbrengen van installaties. [Artikel 15 lid 5 werkt terug tot en met 9 februari 2022. Dit is bekendgemaakt op 2 april 2024 in Provinciaal blad 2024, 4461.]

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel