Naar hoofdinhoud
1. . De subsidie als bedoeld in artikel 46, onderdeel a, bedraagt maximaal € 50.000 waarvan: maximaal 55% van de investeringskosten rechtstreeks toe te rekenen zijn aan installaties voor de productie van hernieuwbare waterstof of warmte; maximaal 40% van de investeringskosten rechtstreeks toe te rekenen zijn aan de opslag van hernieuwbare elektriciteit, waterstof of warmte. De steunintensiteit kan met 10% worden verhoogd voor kleine ondernemingen. 2. . De subsidie als bedoeld in artikel 46, onderdeel b, bedraagt 50% tot een maximum van € 250.000,-. 3. . De subsidiabele investeringskosten bestaan uit: materiaalkosten, zoals kosten voor apparatuur, installaties, meet - en regeltechniek en ondersteunende toebehoren zoals software e.d.; kosten van uitvoering, het laten bouwen en installeren van de gekozen oplossingen bij netcongestie. 4. . Geen subsidie wordt verstrekt voor de kosten van: leges; de benodigde aansluiting op het elektriciteitsnetwerk; laadinfrastructuur; beveiligingsmaatregelen; gebouwen en technische ruimtes voor het onderbrengen van installaties; PV-installaties, zijnde de panelen, omvormer en andere onderdelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel