**1..** De in artikel 12 bedoelde activiteiten dragen bij aan het besparen van energie, de toepassing van energie-efficiënte warmtesystemen of van duurzame energieopwekking in en rondom woningen in de provincie Utrecht.
** 2. .** De in artikel 12 onder c sub ii bedoelde activiteiten moeten voldoen aan de volgende criteria:
de activiteiten hebben uitsluitend betrekking op de initiatieffase (coalitie-, visievorming en definitie) van een project met als resultaat een blok-, buurt- of wijkenergieplan;
de activiteiten hebben betrekking op minimaal 20 grondgebonden woningen.
** 3. .** De in artikel 12 onder c sub iii bedoelde activiteiten dienen, indien de activiteiten gericht zijn op verenigingen van eigenaars, te bestaan uit activiteiten gericht op project- en procesbegeleiding voor de verduurzaming van meerdere verenigingen van eigenaars bestaande uit maximaal 7 woningen met een minimum van 20 woningen die in totaal aangepakt worden.
** 4. .** De in artikel 12 onder d bedoelde projecten moeten voldoen aan de volgende criteria:
Het project is gericht op de haalbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie door bewoners die niet zomaar mee kunnen doen aan de energietransitie, bijvoorbeeld omdat zij onvoldoende toegang tot informatie, kennis of financiële middelen hebben, te betrekken bij de verduurzaming van hun eigen woningen of vermindering van hun energielasten;
Het project is gericht op een zo hoog mogelijke participatiegraad in de collectiviteitsaanpak van de onder a bedoelde doelgroep;
Het project bestaat uit een goed doordachte actieve participatie- of communicatieaanpak gericht op de onder a bedoelde doelgroep;
Het project borgt dat er toeleiding is, van de onder a bedoelde doelgroep, naar aantrekkelijke financieringsinstrumenten zoals bijvoorbeeld de maatwerkleningen van het Warmtefonds of Rijkssubsidieregelingen;
Het project is bij voorkeur gericht op een aanpak die schaalbaar is naar andere wijken/gemeenten, met aandacht voor kostenreductie of perspectief op doorontwikkeling; en
Belangrijke stakeholders, zoals sociaal-maatschappelijke instellingen en bewonerscollectieven, zijn voldoende vertegenwoordigd in de projectorganisatie.
** 5. .** Voor de in artikel 12 onder e bedoelde projecten dient aangetoond te worden dat het project een voorbeeldproject is met potentie tot grote uitrol binnen de provincie.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.1
Artikel 13