In deze verordening wordt verstaan onder:
**a..** bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente zoals die op grond van artikel 4.1 lid a van de Wet natuurbescherming is vastgesteld.
**b..** bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als het gaat om een kapvergunning, dan is dat bijna altijd het college van burgemeester en wethouders en in een enkel geval Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland.
**c..** bomenbeheerplan: een plan met daarin het huidige bomenbestand en de wensen voor de toekomst met als doel een duurzaam, toekomstbestendig en veilig bomenbestand. Een bomenbeheerplan beschrijft de keuzes voor bomenvervanging voor de komende jaren (op basis van boomgegevens zoals conditie en levensverwachting) en waarop die zijn gebaseerd.
**d..** bomeneffect-analyse: afgekort: BEA. In deze analyse staat welke gevolgen nieuwbouw of andere werken hebben voor de houtopstand. Ook staat in deze analyse op welke manier de huidige bomen kunnen blijven staan en wat daarvoor nodig is.
**e..** boom: een dood of levend houtachtig, overblijvend gewas met een omtrek van de stam van minimaal 18 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld. Als er meer stammen zijn, geldt de omtrek van elke stam apart.
**f..** boomwaarde: de waarde van een boom in geld zoals getaxeerd volgens de meest recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.
**g..** college: het college van burgemeester en wethouders van Wageningen.
**h..** dendrologisch waardevol: wanneer een boom(soort) in Nederland of in de omgeving van Wageningen zeldzaam of zeer zeldzaam is.
**i..** dunning: ter bevordering van de groei van overblijvende bomen, een aantal bomen wegnemen in de opgroeiende houtopstand zonder dat het kronendak blijvend doorbroken wordt. Het gaat hierbij om bospercelen en (te) dichte laanstructuren.
**j..** hakhout: één of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.
**k..** hoofdgebouw: een gebouw of nieuw te bouwen gebouw dat het belangrijkste bouwwerk op een perceel is en dat als eenheid kan worden beschouwd.
**l..** houtopstand: één of meer bomen, hakhout, een houtsingel of een beplanting van een bosplantsoen.
**m..** kandelaberen: de kroon terugsnoeien tot een hoofdstam met takstompen, waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaar, of kandelaber krijgt.
**n..** kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel van de houtopstand.
**o..** kapvergunning: officieel heet dit een ‘omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand’.
**p..** knotten: uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats verwijderen bij knotbomen als periodiek noodzakelijk onderhoud.
**q..** maaiveld: het maaiveld is het grensvlak tussen de ondergrond (zonder beplanting of bebouwing) en de lucht.
**r..** monumentale boom: boom die voorkomt op de Lijst van monumentale bomen die burgemeester en wethouders hebben vastgesteld.
**s..** noodkap: wanneer een boom moet worden gekapt omdat er acuut gevaar is.
**t..** onderhoud (regulier): werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor een veilig en vitaal bomenbestand. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om periodiek snoeiwerk, dunning en het vellen van bomen uit veiligheidsoverwegingen conform Handboek bomen (snoei regulier, achterstallig en verwaarloosd boombeeld).
**u..** rechtsopvolgers: natuurlijk persoon of rechtspersoon die goederen verkrijgt van zijn of haar voorganger.
**v..** rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van de houtopstand.
**w..** vellen: rooien, kappen, verplanten of het verrichten van handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand tot gevolg kan hebben. Hieronder valt ook het kandelaberen en knotten van bomen die nog niet op deze manier onderhouden worden.
**x..** verordening: Bomenverordening 2021.