Naar hoofdinhoud
De juiste mix van instrumenten moet worden bepaald door te kijken naar de (gedrags)motieven van degene van wie een bepaald naleefgedrag wordt verwacht. Waarom vindt wel of niet spontane naleving plaats? Gaat het om een gebrek aan kennis? Speelt er een kosten-batenafweging, is er acceptatie van de norm? Is er een norm van de omgeving en bestaat er maatschappelijke controle? Het is aannemelijk dat preventieve instrumenten meer domineren bij welwillend gedrag en dat repressieve instrumenten bij calculerend en bewust overtredend gedrag. Dat laat onverlet dat preventieve instrumenten ook bij calculerend gedrag, kunnen helpen om de balans te doen omslaan naar een beter naleefgedrag. De afweging moet zijn of preventieve instrumenten de kans op spontane naleving (structureel) vergroten, omdat ze iets veranderen in de gedragsmotieven. Wat de juiste mix en volgorde is, zal per situatie dan wel domein moeten worden bepaald. In de volgende situaties kan de inzet van preventieve instrumenten effectief zijn: bij gemeente of Omgevingsdienst Haaglanden bekendgemaakte veranderingen bij een bedrijf of activiteit, zoals een nieuwe eigenaar of manager; veranderingen in beleidsmatige ambities, zoals nieuwe wet- en regelgeving of nieuwe (omgevings)plannen vanuit provincie of gemeenten; ontbreken van een juridische basis of realistische mogelijkheden om tot gedragsverbetering te komen via toezicht en handhaving; terugkerende of structurele situaties waar slecht naleefgedrag is terug te voeren op onvoldoende kennis of binnen grenzen van technische en financiële mogelijkheden. De juiste mix van instrumenten wordt bepaald door te kijken naar de drijfveren van degene van wie een bepaald naleefgedrag wordt verwacht. De inzet van preventieve instrumenten moet bij voorkeur aansluiten op natuurlijke momenten in bijvoorbeeld de investeringscyclus of de seizoensgebonden activiteiten. Op het moment dat een (omgevings)vergunning wordt aangevraagd of een melding word ingediend, zijn vaak de strategische beslissingen al genomen. Het is essentieel om zo vroeg mogelijk in de bedrijfscyclus te beoordelen of een preventieve interventie kan bijdragen aan het voorkomen van overtredingen, maar, ook in de vergunningsfase en bij toezichtsmomenten zijn er mogelijkheden om kennis en inzichten over te dragen.

Rechtspraak bij dit artikel