Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7 › Paragraaf 7.3

Artikel 7.3.4

Prioriteitstelling risicoscore

Onderdeel van Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pijnacker-Nootdorp houdende regels omtrent milieutoezicht

Er kunnen zich redenen voordoen om de risicoscore bijstelling n.a.v. het naleefgedrag anders in te zetten. Als een activiteitgroep n.a.v. de bijstelling van het naleefgedrag veranderd van prioriteit maar de achterliggende redenen hiervoor reden geven kan de capaciteit anders worden ingezet. Voorbeelden hiervan zijn: Als er wordt opgemerkt dat bij een activiteitgroep slecht naleefgedrag (<50%) wordt veroorzaakt door minder milieu relevante overtredingen bijvoorbeeld het niet op tijd aanleveren van administratieve verplichtingen, kan dat reden zijn om de risicoscore van een activiteitgroep niet te verhogen. Als er slecht naleefgedrag wordt geconstateerd bij een activiteitgroep maar er bij veel (dezelfde) overtredingen goedwillend of proactief gedrag wordt waargenomen, zou het echter disproportioneel en niet doeltreffend zijn om een groot deel van de groep integraal te controleren. Dit kan een reden zijn om een preventie project op te starten zoals ook in hoofdstuk 8.4 wordt beschreven. Als de activiteitgroep door dit slechte naleefgedrag in een hogere prioriteit komt kan dat reden zijn om de extra capaciteit in te zetten voor het project i.p.v. integraal toezicht door de prioritering. Op deze wijze wordt gehoor gegeven aan de wens van de gemeenten om het gedrag van de overtreders mee te nemen bij de bepaling van de risicoscore en daarmee de prioriteitstelling. De veranderingen m.b.t. de inzet in het werkplan door zulke constateringen zullen worden voorgelegd aan de gemeenten.

Rechtspraak bij dit artikel