Voor de beoordeling van de aanvraag in het kader van deze tijdelijke nadere regels worden de volgende criteria gehanteerd:
De aanvraag voldoet aan het bepaalde in artikel 2 en de artikelen 4 tot en met 6;
De aanvrager heeft aannemelijk gemaakt dat zij al het mogelijke heeft gedaan om enerzijds kosten en niet noodzakelijke uitgaven zoveel als mogelijk te beperken en anderzijds om aanvullende middelen te verkrijgen bij een aanvraag om noodsteun;
De mate waarin een aanvraag om overbruggings- of transformatiesteun past binnen het beleidskader;
Urgentie binnen de context en perspectief (waarde op langere termijn);
Samenwerking met andere culturele voorzieningen, partijen uit een andere sector of tussen een culturele organisatie en één of meer individuele makers is een pré.
Artikel 7.