Naar hoofdinhoud
1.. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het belastbaar inkomen samen meer bedraagt dan € 27.450,- kan het college slechts bekostiging verstrekken voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 van deze verordening bepaalde afstand te boven gaan. 2.. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 9 van deze verordening bepaalde afstand, als het belastbaar inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 27.450,-, tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer. 3.. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die bij gebruik van de OV-chipkaart of een andere binnen de gemeente geldende OV-betaalmogelijkheid voor de in artikel 9 van deze verordening bepaalde afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. Bij het bepalen van de kosten houdt het college rekening met de kortingen die voor de leerling binnen het systeem kunnen gelden. 4.. Het belastbaar inkomensbedrag van € 27.450,- genoemd in het eerste en tweede lid, past het college met ingang van 1 augustus 2022 jaarlijks aan met de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rondt het college rekenkundig af op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 27.450,-. Het college kan hiervan afwijken. 5.. Het eerste tot en met het vierde lid zijn niet van toepassing op leerlingen met een beperking en leerlingen in een tussenvoorziening.

Rechtspraak bij dit artikel