Naar hoofdinhoud
1.. De raad benoemt zo spoedig mogelijk na aanvang van een zittingsperiode uit zijn midden drie leden tot lid van de commissie en benoemt minimaal twee doch maximaal drie leden tot plaatsvervangend leden. Van elke fractie mag maximaal één lid een zetel in de commissie bezetten. De benoeming geldt tot het einde van de zittingsperiode van de raad. De raad voorziet zo spoedig mogelijk in tussentijdse vacatures. 2.. De commissie wijst uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter aan. 3.. De griffier of een plaatsvervangend griffier is secretaris van de commissie. 4.. De commissie of haar voorzitter kan zich laten adviseren door interne en externe deskundigen en hen uitnodigen om ter vergadering een en ander toe te lichten.

Rechtspraak bij dit artikel