Naar hoofdinhoud

Artikel 16.

Intrekken/wijzigen toestemming/vergunning/ontheffing en verkeersbesluit

Onderdeel van Beleidsregel openbare oplaadinfrastructuur voor elektrische voertuigen gemeente Buren 2021

Indien de aanvrager van de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur zich niet houdt aan de voorschriften verbonden aan de plaatsing, kan het college de vergunning/ontheffing intrekken. Het college kan in dat geval ook het verkeersbesluit, waarbij de parkeerplaatsen voor het opladen van elektrische voertuigen zijn aangewezen, intrekken. Het college kan het verkeersbesluit tevens intrekken, wanneer er in de praktijk niet of nauwelijks gebruik wordt gemaakt van de oplaadpaal en/of oplaadinfrastructuur. Het is niet gewenst dat daardoor een of meerdere parkeerplaatsen (nagenoeg) geheel onbenut blijven. In deze gevallen heeft de aanvrager het recht en de plicht de oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur binnen een door het college aan te geven termijn te verwijderen. De hiermee samenhangende kosten zijn voor de rekening van de aanvrager. Het college kan de plaatsingsvergunning ook wijzigen of intrekken, indien er een wegreconstructie plaatsvindt als gevolg waarvan de aangewezen parkeerplaatsen zullen verdwijnen. In dat geval zal de gemeente samen met de aanvrager bezien of er een alternatieve locatie voor een oplaadpaal en/of andere oplaadinfrastructuur met bijbehorende parkeerplaats(en) in de directe nabijheid mogelijk is. Kosten hiervoor zijn voor rekening van de gemeente wanneer de wegreconstructie plaatsvindt binnen 5 jaar na afgifte van de vergunning. De aanvrager is in die situatie gerechtigd om de werkelijke kosten voor het verwijderen of verplaatsen van een door de aanvrager aangelegde oplaadlocatie en laadpaal tot een maximum van € 3.000 per te verwijderen, respectievelijk € 2.000 per te verplaatsen oplaadlocatie en laadpaal bij de gemeente in rekening te brengen. Indien de werkelijke kosten meer dan 10% hoger zijn dan de bovengenoemde vergoedingen per laadpaal voor de verplaatsing of verwijdering, dan treden aanvrager en gemeente met elkaar in overleg over de in redelijkheid te vergoeden meerkosten. Kosten zijn voor rekening van de aanvrager, wanneer de wegreconstructie later dan 5 jaar na afgifte van de vergunning plaatsvindt.

Rechtspraak bij dit artikel