Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2.

Artikel 3.

Verzoek om bijstand

Onderdeel van Herziene verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning Midden-Drenthe 2021

1. . Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand. Een verzoek kan namens een raadslid gedaan worden door een commissielid. 2. . De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier, na overleg met de secretaris, in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de secretaris om één of meer ambtenaren aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen. 3. . De secretaris kan het verzoek om ambtelijke bijstand weigeren als: naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden, of dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente of individuele belangen van derden kan schaden, of het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd, of de ermee gemoeide werkzaamheden een onevenredig beslag leggen op de ambtelijke capaciteit. 4. . Als de secretaris het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door of namens wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de secretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen twee weken, gehoor aan dit verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel