** 1. .** Onverminderd de in de wet opgenomen plicht tot terugvordering, maakt het college ten volle gebruik van de bevoegdheid tot:
opschorting van het recht op uitkering zoals vermeld onder artikel 54, eerste lid, Pw of artikel 17, eerste lid, IOAW/ IOAZ;
herziening of intrekking van het recht op uitkering zoals vermeld onder artikel 54, derde lid, tweede volzin of artikel 54, vierde lid PW en artikel 17, derde lid, tweede volzin en vierde lid, IOAW/IOAZ;
terugvordering van te veel verstrekte uitkering of bedrijfskapitaal zoals vermeld onder artikel 58, tweede lid en artikel 59 Pw, artikel 25, tweede en derde lid en artikel 26 IOAW/ IOAZ of artikel 12, tweede lid, sub c, artikel 39, eerste lid, sub a, onder 3, artikel 39, tweede lid, artikel 41, vierde lid en vijfde lid, en artikel 43, derde lid, Bbz 2004;
verrekening zoals vermeld onder artikel 48, vierde lid, artikel 52, vierde lid, artikel 58, vierde lid en artikel 60, derde lid en artikel 60a, vierde lid, Pw of artikel 25, vierde lid, artikel 28, derde lid, IOAW/ IOAZ;
brutering van het saldo van de netto vordering per 31 december van het lopende kalenderjaar, voor zover er over het saldo van de betreffende vordering loonbelasting en premies volksverzekeringen afgedragen moeten worden;
invordering bij dwangbevel zoals vermeld onder artikel 60, tweede lid, Pw of artikel 28, eerste lid, IOAW/ IOAZ;
het geheel of gedeeltelijk kwijtschelden van de bestuurlijke boete zoals vermeld onder artikel 18a, dertiende lid, Pw of artikel 20a, twaalfde lid, IOAW/ IOAZ;
het vestigen van een recht van hypotheek of pandrecht ter meerdere zekerheid tot terugbetaling van de verleende bijstand in de vorm van een geldlening zoals vermeld onder artikel 48, derde lid, Pw of artikel 39, derde lid, Bbz
het geheel of gedeeltelijk afzien van opschorting, herziening, intrekking, en/of terug- en invordering op grond van dringende redenen zoals vermeld onder artikel 58, achtste lid, Pw of artikel 25, zevende lid, IOAW/ IOAZ.
** 2. .** In afwijking van het eerste lid, sub e, ziet het college af van brutering als er sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en het niet verwijtbaar is dat de betaling van de vordering niet is voldaan in het kalenderjaar waarop deze betrekking heeft.
HOOFDSTUK 1:
Artikel 2
Algemene bepaling met betrekking tot de aan het college toekomende bevoegdheden
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 gemeente Beek 2021