Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2:

Artikel 5.

Berekening draagkracht uit inkomen

Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Beek 2020

1. Voor berekening van de draagkracht uit inkomen worden de volgende middelen niet tot het in aanmerking te nemen inkomen gerekend: a. de middelen als bedoeld in artikel 31 lid 2 van de wet. Voor de jonggehandicaptenkorting geldt dat deze, in afwijking van het gestelde onder artikel 31 lid 5 van de wet, nooit aangemerkt wordt als inkomen; b. de individuele inkomenstoeslag en de individuele studietoeslag zoals bedoeld in de artikelen 36 en 36b van de wet; c. de voor de algemene bijstand vrijgelaten particuliere oudedagsvoorziening als bedoeld in artikel 33 lid 5 van de wet; d. gedurende de draagkrachtperiode eerder toegekende of nog toe te kennen bijzondere bijstand; e. het inkomen dat wordt afgedragen aan de boedel indien op belanghebbende de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) of een traject minnelijke schuldhulpverlening (MSNP) van toepassing is; f. het deel van het inkomen waarop executoriaal beslag is gelegd. 2. De volgende buitengewone uitgaven worden op het inkomen van belanghebbende in mindering gebracht: a. het verschil tussen de daadwerkelijk ontvangen huur- en zorgtoeslag en de betreffende toeslagen die zouden zijn ontvangen bij een inkomen op bijstandsniveau (het zogenaamde huur- en zorgtoeslagnadeel); b. de netto kosten van alimentatieverplichtingen; c. de eigen bijdrage die wordt opgelegd (door het CAK) bij een opname in een WLZ-instelling. 3. Bij stabiele inkomsten wordt voor de berekening van de draagkracht uitgegaan van het inkomen in de peilmaand. Bij wisselende inkomsten gaan we uit van het inkomen in de peilmaand en de drie daaraan voorafgaande maanden. In beide gevallen wordt rekening gehouden met het inkomen op jaarbasis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel