De wet schrijft niet voor op welke manier het college het onderzoek moet doen. De Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) kan daarbij een hulpmiddel zijn, dit met in achtneming van de privacyregels en de uitvraag van gegevens die nodig zijn voor de uitvoering van de wet. De ZRM is een instrument om de mate van de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) overzichtelijk in kaart brengen. De ZRM heeft dertien domeinen waarop dat kan worden beoordeeld. De domeinen van de ZRM zijn:
Financiën
Werk & Opleiding
Tijdsbesteding
Huisvesting
Huiselijke relaties
Geestelijke gezondheid
Lichamelijke gezondheid
Middelengebruik
Basale-ADL
Instrumentele-ADL
Sociaal netwerk
Maatschappelijke participatie
Justitie
Het ligt bij de uitvoering van de wet voor de hand dat het college bij de melding van een hulpvraag gebruik maakt van de ZRM. Het gebruik van de ZRM heeft een meerwaarde om de opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen zo goed en volledig mogelijk in kaart te kunnen brengen. Ook kan het voor de afstemming van de individuele voorziening op andere diensten of voorzieningen (bijv. een voorschoolse voorziening) van belang zijn dat het college integraal beoordeelt of voor afstemming aanleiding is. In de nadere regels is bepaald dat het college daarvoor afspraken maakt met verschillende partijen. Die verplichting vloeit voort uit artikel 2.9, onder b, van de wet.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4