Ouders hebben naast het recht ook een plicht om hun minderjarig kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:247 van het Burgerlijk Wetboek). Daaronder wordt mede verstaan de zorg en de verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en de veiligheid van het kind alsmede het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. De zorgplicht van ouder(s) strekt zich in ieder geval uit over: verzorging, begeleiding en opvoeding die de ouder(s) normaal gesproken geeft aan het kind. Verder behoren ouders hun kinderen een passend leefklimaat te bieden in een beschermende woonomgeving. De zorgplicht van ouders voor kinderen draagt bij aan: het gezond en veilig kunnen opgroeien, het groeien naar zelfstandigheid en het voldoende zelfredzaam zijn (worden) en maatschappelijk kunnen participeren.
Reikwijdte zorgplicht algemeen
De reikwijdte van de zorgplicht van de ouders is in het algemeen afhankelijk van de leeftijd en de normale ontwikkeling van het kind. Kinderen op jonge leeftijd hebben nu eenmaal meer hulp, zorg en/of ondersteuning nodig van hun ouder(s) dan oudere kinderen. Denk bijvoorbeeld aan hulp of stimulans bij de toiletgang. Het gaat bij de zorgplicht van de ouder(s) om hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht. Kort gezegd: het is gebruikelijk om te doen. Dat betekent ook dat als één van de ouders uitvalt, de andere ouder de hulp, zorg en/of ondersteuning overneemt. Bij niet-chronische situaties geldt het uitgangspunt dat ouders daarin zelf voorzien. Bij niet-chronische situaties gaat het om kortdurende hulp, zorg en/of ondersteuning waarbij er uitzicht is op herstel van de situatie van de jeugdige en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige. In het algemeen gaat het over een periode van maximaal drie maanden. Gaat het om een chronische situaties, dan wordt meegewogen bij beoordeling of ook dan sprake is van eigen mogelijkheden van die ouder. Bij chronische situaties gaat het om hulp, zorg en/of ondersteuning die naar verwachting langer dan drie maanden nodig zal zijn. Het college weegt dus mee of het reëel is om te verwachten of de ouder dit vol kan houden.
Voorbeelden normale oudertaak
De ‘begeleiding’ van en naar de zwemles valt onder de zorgplicht van ouders. Verder kan zwemles op zich niet als jeugdhulp worden gekwalificeerd. Dat kan anders zijn als er bij de jeugdige sprake is van specifieke problematiek op grond waarvan hij specifieke begeleiding of verzorging nodig heeft tijdens de zwemlessen (RBOVE:2016:5199). Er kan bij specifieke problematiek sprake zijn van een tekort aan zelfredzaamheid wat aan het zelfstandig (leren) functioneren van de jeugdige in de weg kan staan. Begeleiding bij zwemles (of een andere sport) kan ook de maatschappelijke participatie van de jeugdige bevorderen, dat is immers ook een doelstelling van begeleiding. Tandartsbezoeken waarbij de behandeling onder narcose moet plaatsvinden, begeleiding bij de controle door de kinderarts en het laten innemen van de medicatie is niet aan te merken als jeugdhulp (RBOVE:2016:4171).
Toezicht, 24 uurs zorg in de nabijheid algemeen
Toezicht dan wel 24 uurs zorg in de nabijheid valt in principe onder de normale hulp, zorg en/of ondersteuning die ouders geacht worden te bieden aan kinderen. De mate waarin dat nodig is, is in het algemeen afhankelijk van de leeftijd en een normaal ontwikkelingsprofiel. Binnen zo’n ontwikkelingsprofiel is bijvoorbeeld pedagogische correctie, aansturing van gedrag en bieden van stimulans gebruikelijk. Wanneer de mate (aard en omvang) van in de thuissituatie afwijkt van de Richtlijn Hulp, zorg en/of ondersteuning van ouder(s) aan minderjarige kinderen, dan is dat (slechts) een relevante factor die wordt meegewogen bij beoordeling van de noodzaak tot het verstrekken van jeugdhulp. Dit gelet op de aandoeningen, stoornissen en/of beperkingen van de jeugdige.
Permanent toezicht
Permanent toezicht valt niet onder de normale zorgplicht van ouders. Het gaat bij permanent toezicht om het onafgebroken toezicht en actieve observatie gedurende het gehele etmaal, waardoor tijdig kan worden ingegrepen. Het gaat om toezicht dat geboden moet worden op basis van actieve observatie die als doel heeft dreigende ontsporing in het gedrag of de gezondheidssituatie van de jeugdige vroegtijdig te signaleren, waardoor altijd tijdig ingegrepen kan worden en escalatie van onveilige/gevaarlijke/(levens)bedreigende gezondheids- en/of gedragssituaties voor jeugdige kan worden voorkomen. Bij permanent toezicht kan elk moment iets (ernstig) misgaan (vergelijk CRVB:2017:3709).
Jeugdige vanaf 12 jaar
Jeugdigen hebben vanaf 12 jaar het recht een mening te vormen en die vrijelijk te uiten (art. 12 van het IVRK). Dat wil zeggen dat het college de mening van jeugdigen in deze leeftijd moet betrekken bij het onderzoek. Hoewel dat misschien niet voor de hand ligt, kan het zijn dat de jeugdige de hulp, zorg en/of ondersteuning niet (meer) van zijn ouder(s) wil ontvangen terwijl de ouder(s) daartoe wel in staat is. Wanneer de jeugdige van 12 jaar of ouder geen (intieme) persoonlijke verzorging (meer) wil ontvangen van de ouder(s), dan wordt daarin geen hulp door hen verwacht. Dat vloeit mede voort uit de Wet Geneeskundige Behandelovereenkomst (WBGO) op grond waarvan kinderen vanaf 12 jaar een eigen beslissingsbevoegdheid hebben wat betreft hun lichamelijke integriteit.
Gescheiden ouders
Ook in de situatie dat ouders gescheiden zijn, wordt onderzoek gedaan naar de vraag of de ouder (waar de jeugdige niet woonachtig is) de hulp, zorg en/of ondersteuning redelijkerwijs kan bieden. De ex-echtgenoot kan immers tot de huiselijke kring worden gerekend. Is er sprake van co-ouderschap, dan geldt het uitgangspunt dat van hen wordt verwacht dat zij samen de hulp, zorg en/of ondersteuning bieden. Immers, bij co-ouderschap verdelen ouders feitelijk de zorg voor het kind; zij vallen beiden onder de huiselijke kring.
Werkende ouder(s)
Ook werkende ouders zijn verantwoordelijk voor de hulp, zorg en/of ondersteuning van hun kinderen, ook als vanwege het werk gebruik wordt gemaakt van (naschoolse) kinderopvang. Reguliere naschoolse opvang die nodig is alleen omdat de ouder(s) niet beschikbaar zijn, kan in ieder geval niet als jeugdhulp worden gekwalificeerd.
Richtlijnen
Voor de beoordeling van de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van ouders en jeugdigen hanteert het college de Richtlijn Hulp, zorg en/of ondersteuning van ouder(s) aan minderjarige kinderen, zie bijlage I bij deze beleidsregels. De richtlijn is bedoeld voor de situatie waarin de ouders de zorg, hulp en/of ondersteuning nog niet aan de jeugdige bieden of dat daarvoor nog geen andere maatregelen getroffen zijn. Het gaat bij de richtlijn om hulp, zorg en/of ondersteuning die onder normale omstandigheden in ieder geval door ouders wordt geboden. Het college beoordeelt altijd de feitelijke eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen, maar ook hetgeen redelijkerwijs verwacht mag worden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.4