Een pgb vertegenwoordigt de geldswaarde van een individuele voorziening die het college in natura zou verstrekken aan de jeugdige of zijn ouder(s). Dat betekent dat met het toegekende pgb tenminste de goedkoopst passende geïndiceerde individuele voorziening ingekocht moet kunnen worden bij tenminste één jeugdhulpverlener (vergelijk CRVB:2018:3093, CRVB:2018:2829). Dat betekent ook dat de indicatie (mede) bepalend is voor de hoogte van het pgb. Om in aanmerking te komen voor een pgb moet zijn voldaan aan een aantal wettelijke voorwaarden en de bepalingen daarover in de verordening. De huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts kunnen alleen een verwijzing naar gecontracteerde jeugdhulp in natura doen. Uit de wet volgt dat het pgb bestemd is voor besteding door in Nederland verblijvende jeugdigen en/of ouder(s). De jeugdige of zijn ouder(s) moeten om een pgb verzoeken. Dat wil zeggen dat het college zowel beslist op het verzoek om jeugdhulp als ook op de leveringsvorm pgb. Als de jeugdige of zijn ouder(s) voor een pgb in aanmerking wensen te komen, dan beoordeelt het college eerst welke bepalingen in de verordening van toepassing zijn op de situatie en daarna ook de wettelijke voorwaarden.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.1