Naar hoofdinhoud
Artikel 4.1, derde lid, 4.2 en 5.4 van de verordening en artikel 3.2 Nadere regels Verblijf buiten de gemeente of buitenland De inzet van jeugdhulp is bestemd en gericht op jeugdigen die in Nederland verblijven. Behoudens het woonplaatsbeginsel voor jeugdigen, gaat het doorgaans om jeugdigen die feitelijk hun hoofdverblijf in de gemeente Dinkelland hebben. Wel kan de jeugdhulp in de vorm van wonen en verblijf buiten de gemeente ingekocht worden met een pgb. In de praktijk betekent dit dat het verstrekte pgb in andere situaties niet mag worden besteed in het geval de jeugdige buiten de gemeente of in het buitenland verblijft. Denk bijvoorbeeld aan vakantie. Het is toegestaan om maximaal 13 weken per kalenderjaar, waarvan zes weken aaneengesloten, een pgb te besteden buiten de gemeente of in het buitenland. Het gaat in de praktijk om situaties waarbij degene aan wie het pgb wordt besteed de jeugdhulp ook daadwerkelijk biedt. Dat zal in de praktijk doorgaans de ouder zijn. Het college kan de termijnen op aanvraag verlengen als zich bijzondere omstandigheden voordoen waardoor verlenging is aangewezen. Daarvan zal in de praktijk zelden sprake zijn. Gebruikelijke hulp en overbelasting De verordening bepaalt dat het pgb niet mag worden besteed aan de ouder(s) als: het activiteiten betreft die naar oordeel van het college worden aangemerkt als eigen mogelijkheden en het oplossend vermogen van de ouder(s); de ouder(s) overbelast zijn of dreigen te geraken. Het college stelt in het individuele geval vast of daar sprake van is. Zie hoofdstuk 3 van de beleidsregels. Diverse kosten en verantwoordingsvrij bedrag Verder schrijft de verordening voor dat bepaalde kosten niet uit het pgb mogen worden betaald, zoals bemiddelingskosten. Ook geldt dat geen gebruik wordt gemaakt van een zogeheten verantwoordingsvrij bedrag. Overlijden In geval van overlijden van de jeugdige hanteert het college geen eenmalige uitkering aan de derde die ondersteuning verleent. De zorgovereenkomst stopt ter stond en er kan worden gedeclareerd tot en met de sterfdag van de jeugdige. Specialistische jeugdhulp Bij een indicatie voor specialistische jeugdhulp (ondersteuningsbehoefte 3 en 4) is niet toegestaan om het pgb te besteden aan de ouder(s) en/of andere personen uit het sociaal netwerk. Dit los van de vraag of zij daartoe beroepshalve gekwalificeerd zijn. Voor specialistische jeugdhulp is de inzet van een daartoe gekwalificeerde beroepskracht aangewezen met voldoende professionele afstand om zo objectief en onafhankelijk te kunnen handelen. Ouders en/of personen uit het sociaal netwerk hebben deze professionele afstand niet omdat zij vanuit hun hoedanigheid (te veel) betrokken zijn op de jeugdige. Besteding pgb sociaal netwerk Uit het verzoek om een pgb kan blijken dat de jeugdige en/of zijn ouder(s) het pgb wensen te besteden aan een persoon uit het sociaal netwerk. Het gaat om personen uit de huiselijke kring zoals: de ouder(s) van de jeugdige, een familielid, huisgenoot, (voormalig) echtgenoot of andere personen met wie de jeugdige of zijn ouder(s) een sociale relatie onderhoudt. De verordening bepaalt dat het pgb alleen hen mag worden besteed als dit naar oordeel van het college leidt tot aantoonbare betere en effectievere ondersteuning en aantoonbaar doelmatiger is. Het ligt op de weg van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om dat aan te tonen. Dat kan bijvoorbeeld blijken uit het Budgetplan. Beoordeling aantoonbaar beter, effectiever en doelmatiger Uit de informatie die de jeugdige en/of zijn ouder(s) overleggen, moet duidelijk worden dat de besteding van het pgb aan de ouder(s) of een andere persoon uit het sociaal netwerk, eenvoudig gezegd, uiteindelijk tot een beter resultaat zal leiden. Dit ten opzichte van de inzet in natura. Dat kan het geval zijn als de persoon uit het sociaal netwerk, volgens een deskundige, de meest aangewezen persoon is om de jeugdhulp te bieden. Dit gelet op de problematiek van de jeugdige. Het kan ook te maken hebben met de aangewezen jeugdhulp, die: niet goed vooraf is in te plannen, op ongebruikelijke tijden of op veel korte momenten per dag geboden moet worden, op verschillende locaties moet worden geleverd, op afroep te organiseren moet zijn, door de aard van de problematiek van de jeugdige alleen (of beter) door de betreffende persoon kan worden geboden, door de jeugdige gemotiveerd wordt geaccepteerd. Er is geen limitatieve opsomming beoogd. Kortdurend Gaat het om het aanleren van activiteiten, dan is aannemelijk dat dit meer kans van slagen heeft als de ondersteuning wordt geboden door een professionele ondersteuner die juist niet in directe relatie met de jeugdige staat. Dat geldt vooral als de te verstrekken ondersteuning naar verwachting kortdurend zal zijn. Dit kan bijv. aan de orde zijn als de jeugdige leerbaar is. Het college kan zich dan op het standpunt stellen dat gecontracteerde professionele ondersteuning in natura in beginsel voor gaat op het toekennen van een pgb dat aan een persoon uit het sociaal netwerk wordt besteed. Onder een kortdurende periode wordt in ieder geval zes maanden verstaan (vergelijk ook CRVB:2011:BU3228). Kwaliteitseisen De hoofdregel is dat de kwaliteitseisen die gelden voor het gecontracteerde aanbod ook gelden voor de derde aan wie het pgb wordt besteed (artikel 5.4 van de verordening). Dat zou alleen anders kunnen zijn als door die eisen, die specifiek voor het gecontracteerde aanbod gelden, het pgb onbereikbaar wordt. Daarom gelden de toepasselijke opleidingseisen bijvoorbeeld niet voor personen uit het sociaal netwerk. De eis dat de in te kopen jeugdhulp moet voldoen aan kwaliteit, geldt wel onverkort. Besteding van het pgb aan een persoon uit het sociaal netwerk mag alleen onder de voorwaarden van de verordening (zie hiervoor). De persoon uit het sociaal netwerk moet vanzelfsprekend in staat zijn veilige, doeltreffende, doelmatige en cliëntgerichte jeugdhulp te verstrekken, die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige en/of zijn ouder(s). Voor personen die behoren tot het gezin van de jeugdige, kan een uitzondering worden gemaakt voor de eis dat zij moeten beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Denk aan de situatie dat het college op basis van informatie geen aanleiding heeft om te twijfelen dat zij ondersteuning niet veilig kunnen bieden. In de praktijk zal het doorgaans om de ouder(s) gaan. Besteden binnen de termijn Verder bepaalt de verordening de termijn waarbinnen het pgb moet zijn besteed. Wanneer de budgethouder het pgb niet binnen de geldende termijn heeft besteed, doet het college onderzoek naar de reden hiervan. Afhankelijk van de uitkomsten van het onderzoek kan er aanleiding zijn om over te gaan tot herziening of intrekking van het pgb-besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel