De tweede voorwaarde om in aanmerking te komen voor een pgb, gaat over de vraag of de jeugdige of zijn ouder(s) hun wens voor een pgb voldoende motiveren. Het gaat om de motivering van het standpunt dat de individuele voorziening in natura, voor hen niet passend is. Uit TK 2013/14, 33 684, nr. 11 blijken de volgende voorbeelden. Als:
de jeugdhulp niet goed vooraf is in te plannen,
de jeugdhulp op ongebruikelijke tijden of op veel korte momenten per dag geboden moet worden,
jeugdhulp op verschillende locaties moet worden geleverd,
het noodzakelijk is om 24 uur jeugdhulp op afroep te organiseren, of
als de ondersteuning door de aard van de beperking door een vaste hulpverlener moet worden geboden.
Oriënteren op natura aanbod
Het college kan de jeugdige of zijn ouder(s) vragen om aan te tonen dat zij zich hebben georiënteerd op het door het college gecontracteerde aanbod 'in natura' en daarbij aan te geven waarom dat aanbod niet passend is c.q. zij deze niet passend achten. Het college mag daar geen eisen aan stellen. Dat wil zeggen als de jeugdige of zijn ouder(s) een motivering geven waaruit blijkt dat zij zich hebben georiënteerd op het gecontracteerde aanbod in natura, is dat in principe voldoende.
Hoofdstuk 5
Artikel 5.7