Dit hoofdstuk gaat over de bevoegdheid van het college om terug te komen van een eerder afgegeven besluit. Daarvoor kan rechtvaardiging worden gevonden als sprake is van de situaties zoals genoemd in de wet of de verordening. Denk in dit verband ook aan de verplichting van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om op verzoek van het college, maar ook uit eigen beweging, relevante feiten en omstandigheden bij het college te melden. Omdat het in alle gevallen om een bevoegdheid (kan-bepaling) gaat, zal er een belangenafweging moeten plaatsvinden waaromhet college wel of geen gebruik maakt van de bevoegdheid. Het college hanteert als uitgangspunt dat als er: geen, een gedeeltelijk of een gewijzigd recht bestaat op jeugdhulp, gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid. Het college vordert dan altijd (het pgb of de geldswaarde van de individuele voorziening) terug, tenzij dringende redenen daaraan in de weg staan.
Hoofdstuk 7
Artikel 7.1