De cliënt op wie het primaat van verhuizing van toepassing is, kan in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming in de kosten van het verhuizen. Deze financiële tegemoetkoming wordt in principe pas uitbetaald als de cliënt feitelijk is verhuisd naar een door het college geschikt bevonden woning. Als de cliënt echter een huurcontract overlegt, dan kan het college eerder overgaan tot uitbetaling. Wel moet duidelijk zijn dat het om een geschikte woning gaat. De hoogte van de financiële tegemoetkoming is in principe gemaximeerd (zie Financieel besluit). Het college stelt de hoogte van de tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten in het individuele geval vast. Immers niet iedereen zal voor dezelfde kosten komen te staan. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van inrichting volgens een regulier afschrijvingsprincipe. Daarnaast kan het zijn dat de cliënt van de vorige bewoner zaken kan overnemen, of mogelijk zijn daar geen kosten aan verbonden.
Eerste verhuizing algemeen gebruikelijk
De tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten is niet bestemd voor inwonende personen die niet de (mede)huurder of (mede)eigenaar van de woning zijn. Denk bijvoorbeeld aan inwonende kinderen. In het algemeen is het zo dat iedereen, ongeacht het hebben van beperkingen, geconfronteerd wordt met de kosten van een eerste verhuizing. Het gaat in die gevallen daarom om algemeen gebruikelijke kosten
Hoofdstuk 10
Artikel 10.4