Naar hoofdinhoud
Artikel 5.6 van de verordening Artikel 2.2 Nadere regels Hulpmiddelen De hoogte van het pgb voor hulpmiddelen bedraagt niet meer dan het maximum van de kostprijs waaronder inbegrepen de instandhoudingskosten of andere bijkomende noodzakelijke kosten. Onder de kostprijs wordt de huurprijs verstaan die het college verschuldigd is aan de aanbieder waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten. Het kan voorkomen dat het aangewezen hulpmiddel niet in het assortiment zit van de gecontracteerde partij en dat er geen afspraken zijn gemaakt dat de aanbieder het betreffende hulpmiddel aanschaft. In die gevallen zal de hoogte van het pgb worden vastgesteld op basis van de koopprijs die het college verschuldigd is (of zou zijn) aan de aanbieder (al dan niet naar rato in verband met de economische afschrijftermijn), waaronder eventueel bijkomende kosten zoals instandhoudingskosten. Het college kan zelf een offerte opvragen of de offerte wordt door de cliënt overhandigd. Het kan ook om meerdere offertes gaan zodat de goedkoopst passende bijdrage kan worden bepaald. Hoogte pgb hulpmiddel Onder de kostprijs wordt de huurprijs verstaan die het college verschuldigd is aan de aanbieder. Het gaat om een maandbedrag. Het pgb wordt dan ook maandelijks aan de cliënt overgemaakt. * Wenst de cliënt een hulpmiddel te huren bij de door het college gecontracteerde partij, dan gaat het in ieder geval om een toereikend pgb. * Wil de cliënt een andere maatwerkvoorziening aanschaffen waarmee het resultaat ook wordt bereikt, dan kan ook een pgb worden verstrekt. Het college gaat daarbij uit van het geïndiceerde hulpmiddel en de afschrijvingsperiode die daarvoor wordt gehanteerd. De maandelijkse kostprijs wordt vermenigvuldigd met 12 maanden en de afschrijvingsperiode in jaren. Woningaanpassing Het spreekt voor zich dat de te realiseren woningaanpassing moet voldoen aan de vereiste kwaliteitseisen waaronder veiligheid. De offerte zal moeten aansluiten bij een door het college goed te keuren programma van eisen . Woningaanpassingen zullen doorgaans ook moeten voldoen aan de eisen van het vigerende Bouwbesluit. Daarnaast kan het zijn dat in de bouwvergunning of afwijking van het bestemmingsplan voorwaarden staan waar de woningaanpassing aan moet voldoen. Aan degene die de woningaanpassing zal gaan uitvoeren, mag het college om voornoemde redenen dan ook kwaliteitseisen stellen. Bijvoorbeeld het beschikken over het BouwGarantKeurmerk. Hoogte pgb woningaanpassing De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op basis van een door het college goedgekeurd programma van eisen, richtprijzen en -normen voor woningaanpassingen uit Casadata en/of één of meerdere offertes. Mede gelet op het principe van de goedkoopst passende bijdrage, maakt het college gebruik van Casadata om een berekening te maken van de kosten van de woningaanpassing. Casadata is in principe leidend bij het bepalen van de kosten van de woningaanpassing. In plaats van, of aanvullend, kan het college zich baseren op één of meerdere offertes. Het aantal op te vragen offertes door het college of de cliënt is afhankelijk van de kosten van de woningaanpassing. Bij bedragen tot (naar schatting) € 50.000,- kan worden volstaan met één offerte. Op basis van Casadata en/of de offerte(s) (en bijbehorend Programma van Eisen) stelt het college de hoogte van het pgb vast. De cliënt kan op basis hiervan de aanpassing inkopen bij de aanbieder van zijn keuze. Woningaanpassing Zorg in natura Bij zorg in natura regelt het college de woningaanpassing voor de cliënt. Zij toetst in dat geval de offertes aan Casadata. Aan de hand daarvan wordt bepaald wie de opdracht krijgt om de woningaanpassing uit te voeren. Nadat het besluit genomen is, kan met het uitvoeren van de woningaanpassing worden gestart. Overige kosten Daarnaast kan het zijn dat er naast de kosten van de woningaanpassing ook nog andere noodzakelijke kostenposten zijn die het college in aanmerking neemt. Denk bijvoorbeeld aan de kosten van architect of legeskosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel