Naar hoofdinhoud
Bij het beoordelen van de kwaliteit van de met een pgb ingekochte ondersteuning houdt het college in ieder geval rekening met de hiernavolgende aspecten. Dit met het oog op de te bieden kwaliteit van de ondersteuning als bedoeld in artikel 3.1 van de wet. Professionele ondersteuner In het geval van een professionele ondersteuner beoordeelt het college in ieder geval of wordt voldaan aan de volgende zaken. De ondersteuning sluit aan bij de beperkingen die de cliënt ondervindt. De ondersteuning sluit aan op het verslag. De ondersteuner die (al dan niet werkzaam via een professionele organisatie) de geïndiceerde ondersteuning biedt, beschikt over een relevante opleiding. Bij het ontbreken daarvan kan het college akkoord geven als op verifieerbare wijze wordt aangetoond dat deze ondersteuner over relevante werkervaring beschikt. Denk bijvoorbeeld aan referenties die kunnen worden gecontroleerd. Afhankelijk van de aard van de ondersteuning en van de beperkingen en kwetsbaarheid van de cliënt dient de ondersteuner te beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Deze verklaring mag in principe niet ouder zijn dan drie maanden voorafgaand aan de aanvang van de ondersteuning. Ook kan hier de meldcode als bedoeld in artikel 3.3 van de wet en de meldingsplicht van calamiteiten en geweld als bedoeld in artikel 3.4 van de wet onder vallen. Dit laatste in het kader van signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling. Reguliere werkweek Het aspect van veiligheid (in de zin van kwaliteit) heeft ook betrekking op de vraag of de ondersteuner de noodzakelijke omvang van de ondersteuning wel kan bieden. Deze vraag zal zich met name voordoen bij ZZP-ers en bij personen uit het sociaal netwerk. Een ZZP-er zal namelijk ook door andere cliënten worden ingehuurd. Denk in dit geval aan de 40-urige werkweek (maximaal). Voor een persoon uit het sociaal netwerk kunnen betaalde werkzaamheden maar ook andere activiteiten een rol spelen. Ondersteuning door personen die behoren tot het sociaal netwerk Als de via een pgb in te kopen ondersteuning (diensten) wordt geleverd door iemand die behoort tot het sociaal netwerk die ook huisgenoot is van de cliënt, geldt dat dit alleen mogelijk is in die gevallen waarin deze ondersteuning de gebruikelijke hulp overstijgt. Zie voor boven-gebruikelijke hulp hoofdstuk 4 van deze beleidsregels. In geval van personen uit het sociaal netwerk zal (in alle gevallen) ook moeten worden beoordeeld of de kwaliteit van de te leveren ondersteuning voldoende is en of de ondersteuning aansluit op de indicatie. Personen behorend tot het sociaal netwerk van de cliënt worden niet als professionele ondersteuner aangemerkt, tenzij sprake is van een ZZP-er of een dienstverband bij een professionele organisatie. De cliënt zal allereerst zijn keus om met het pgb iemand uit het sociale netwerk in te schakelen moeten motiveren. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: De persoon uit het sociale netwerk mag daarbij op geen enkele wijze druk op de cliënt hebben uitgeoefend bij zijn besluitvorming. Dat wil zeggen de cliënt mag in dat kader niet door deze persoon worden beïnvloed. Is de persoon uit het sociale netwerk in staat om de gevraagde ondersteuning te bieden? En zo ja, waar blijkt dat uit? Is voldoende aannemelijk dat de persoon aan wie het pgb wordt besteed niet overbelast is of dreigt te geraken? Is de kwaliteit van de geboden ondersteuning voldoende gewaarborgd? Naar gelang de mate van beperkingen (kwetsbaarheid) van de cliënt zullen de kwaliteitseisen in het algemeen strenger mogen zijn. Verder geldt dat personen uit het sociaal netwerk niet per se hoeven te beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). Professionele distantie Het college beoordeelt of er sprake is van voldoende professionele distantie tussen de derde aan wie het pgb wordt besteed en de cliënt. Dat wil onder meer zeggen dat het niet de bedoeling is dat de ‘betrokken partijen’ aan elkaar hechten. Afhankelijk van de mate van de beperkingen van de cliënt kan deze professionele distantie een belangrijke rol spelen bij het behalen van het resultaat dat met de ondersteuning moet worden bereikt. Zo kan te veel emotionele betrokkenheid van de ondersteuner een negatief effect hebben op de relatie cliënt-ondersteuner. De cliënt kan ook (te) afhankelijk worden van de ondersteuner. Het college beoordeelt of de ondersteuner handelt volgens de geldende professionele standaard die geldt voor de beroepsgroep. Ook kan het voorkomen dat de beoogde ondersteuner al (te) lang betrokken is bij de cliënt, zijn gezin en/of personen uit het sociaal netwerk. Dat kan de professionele kijk op de cliënt vertroebelen. Ook in die gevallen zal het college moeten beoordelen of nog gesproken kan worden van voldoende professionele distantie met het oog op de kwaliteit van de ondersteuning. Kortdurende periode: beoordeling doeltreffend pgb Bij het beoordelen van de kwaliteit van de via een pgb in te kopen ondersteuning speelt ook een rol of de in te kopen maatwerkvoorziening doeltreffend wordt verstrekt. Onder doeltreffend wordt verstaan ‘waarmee het doel wordt bereikt’. Hieruit volgt ook dat de met het pgb in te kopen ondersteuning effectief moet zijn om dat doel te bereiken. Het uitgangspunt van de wet is om burgers te ondersteunen in het versterken van hun zelfredzaamheid, voor zover dat mogelijk is. Eenvoudig gezegd: iemand leren zichzelf te helpen. De vraag is of een persoon uit het sociaal netwerk in staat is, gelet op de directe relatie, om de zelfredzaamheid van de cliënt te versterken door hem iets aan te leren. Het kan aannemelijk zijn dat het aanleren van activiteiten meer kans van slagen heeft als de ondersteuning wordt geboden door een professionele ondersteuner die juist niet in directe relatie met de cliënt staat. Dat geldt vooral als de te verstrekken ondersteuning naar verwachting kortdurend zal zijn (dit kan bijv. aan de orde zijn als de cliënt of zijn huisgenoot (bij gebruikelijke hulp) leerbaar is). Het college kan zich dan op het standpunt stellen dat gecontracteerde professionele ondersteuning in natura in beginsel voor gaat op het toekennen van een pgb dat aan een persoon uit het sociaal netwerk wordt besteed. Onder een kortdurende periode wordt in ieder geval zes maanden verstaan. Wel moet duidelijk zijn binnen welke termijn het resultaat van de ondersteuningsbehoefte verwacht wordt. Na afloop van de kortdurende periode zal het college evalueren wat het effect is geweest van het leren en dan (eventueel) opnieuw beoordelen of nog ondersteuning nodig is (vergelijk CRVB:2011:BU3228). Dat wil dus niet zeggen dat nooit een pgb verstrekt kan worden aan iemand uit het sociaal netwerk; het gaat dan specifiek om een kortdurende periode waarin de cliënt (of huisgenoot) iets wordt (aan)geleerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel