Naar hoofdinhoud
Een maatwerkvoorziening beoogt in eerste instantie de cliënt zelf passend te ondersteunen. Maatwerkvoorzieningen zijn immers in overwegende mate individueel gericht (zie art. 3.3, eerste lid onder c, van de verordening). Het college houdt in het algemeen rekening met wat de cliënt aan mantelzorg heeft of mogelijk zou kunnen krijgen. Op de momenten dat de mantelzorger niet in de gelegenheid is de cliënt ondersteuning te bieden, kan hij (tijdelijk) zijn aangewezen op een maatwerkvoorziening. Een mogelijkheid is dan respijtzorg; dit is de tijdelijke en volledige overname van zorg met als doel de mantelzorger een adempauze te geven. Denk bijvoorbeeld aan groepsondersteuning. Respijtzorg moet worden onderscheiden van: ondersteunende maatregelen die nodig zijn om een mantelzorger goed zijn werk te kunnen laten doen, en maatschappelijke ondersteuning (eventueel in de vorm van een maatwerkvoorziening) die een mantelzorger nodig heeft voor zijn eigen zelfredzaamheid of participatie. De mantelzorger is dan zelf cliënt en zal de hulpvraag moeten melden bij het college waarna een onderzoek (het gesprek) plaatsvindt. De maatwerkvoorziening in de vorm van respijtzorg wordt altijd aan de cliënt toegekend die daar mogelijk een bijdrage in de kosten voor verschuldigd is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel