Een woningaanpassing of een woonvoorziening in de vorm van een traplift wordt slechts verstrekt voor de woning waar de cliënt zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben. Het hoofdverblijf is de woning, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de cliënt zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft en in de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven. Ook kan het gaan om het feitelijke adres, als de cliënt een briefadres heeft.
Uitzonderingen hoofdverblijf
Er zijn twee uitzonderingen. De eerste geldt in het geval van co-ouderschap waar het kind geen normaal gebruik kan maken van de woningen van de (co)ouders. Bij co-ouderschap delen de ouders de zorg voor het kind. In die situatie kan voor twee woningen een woningaanpassing en/of een traplift worden verstrekt. In het geval van losse hulpmiddelen wordt beoordeeld of één hulpmiddel voldoende is, omdat die kan worden meegenomen naar de woning waar het kind verblijft. Alleen in de situatie van co-ouderschap kunnen dus in beide ouderlijke woningen woonvoorzieningen getroffen worden, Dit kan niet in situaties waarin sprake is van bezoekregelingen (waarbij het kind bij de ene ouder slechts op bezoek gaat).
Een tweede uitzondering gaat over het bezoekbaar maken van de woning. De verordening bepaalt voor wie het bezoekbaar maken van de woning is bestemd en wat daaronder valt (art. 4.9 van de verordening).