Naar hoofdinhoud
1.. Behoudens het bepaalde in hoofdstuk 3 van de verordening kan het college in ieder geval een maatwerkvoorziening verstrekken gericht op: het in overwegende mate overnemen van huishoudelijke activiteiten en/of het aanleren daarvan (huishoudelijke ondersteuning); de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden (begeleiding); het voeren van regie over de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden (begeleiding); groepsondersteuning en het vervoer van en naar de locatie waar de groepsondersteuning wordt geboden (dagbesteding); kortdurend verblijf; het wonen; het zich in en om de woning verplaatsen; het bezoekbaar maken van de woning; de deelname aan het maatschappelijk verkeer; een financiële tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 4.11, eerste lid, van de verordening 2.. Het college kan in plaats van een maatwerkvoorziening als bedoeld in het eerste lid individueel gerichte maatregelen treffen of laten treffen gericht op de zelfredzaamheid of participatie van de cliënt. Deze maatregelen kunnen betrekking hebben op de afstemming als bedoeld in artikel 2.3.5, vijfde lid aanhef en onder a tot en met h, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel