**1..** Geen individuele voorziening wordt verstrekt als:
er sprake is van een andere voorziening als bedoeld in artikel 1.2, eerste lid, van de wet;
en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) naar oordeel van het college toereikend zijn;
en voor zover de jeugdige en/of zijn ouder(s) met hulp van personen uit zijn sociale netwerk de vastgestelde problemen en/of aan de stoornissen verwante problemen in voldoende mate kan wegnemen;
en voor zover het gebruik van een algemene voorziening de vastgestelde problemen en/of aan de stoornissen verwante problemen in voldoende mate kan wegnemen;
de jeugdige geen ingezetene is van de gemeente Dinkelland, volgens het woonplaatsbeginsel.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 3.1