Naar hoofdinhoud
1.. Jeugdhulp is gericht op het bereiken van de volgende resultaten: het leeftijdsadequaat kunnen uitvoeren van algemene dagelijkse handelingen en vaardigheden; het voeren van regie over algemene dagelijkse handelingen en vaardigheden; het bevorderen van de zelfredzaamheid; het aanleren en behouden van (nieuwe) vaardigheden die betrekking hebben op het (psychosociaal) functioneren en een bijdrage leveren aan gedragsverandering. 2.. Afhankelijk van de vastgestelde problemen en/of stoornissen kan de behoefte aan jeugdhulp bestaan uit: praktische ondersteuning; ondersteuning bij praktische zaken en in het voeren van regie; specialistische/therapeutische ondersteuning; (procesdiagnose en) behandeling. 3.. Bij de behoefte aan jeugdhulp als bedoeld in het tweede lid wordt onderscheid gemaakt in verschillende niveaus, welke afhankelijk zijn van de mate waarin problemen en/of stoornissen zich voordoen. Het niveau is in ieder geval afhankelijk van: de mate van gedragsproblematiek; het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om op relevante momenten zelf om ondersteuning te vragen; de motivatie van de jeugdige en/of zijn ouder(s) om jeugdhulp te ontvangen; de noodzaak van toezicht in verband met de veiligheid van de jeugdige en/of zijn ouder(s) of de omgeving (escalatiegevaar). 4.. Afhankelijk van de aangewezen behoefte aan jeugdhulp en bijbehorende resultaten kan het college de jeugdhulp individueel of groepsgewijs verstrekken. 5.. Groepsgewijze jeugdhulp biedt een structurele dagbesteding, anders dan arbeid of onderwijs, met een welomschreven resultaat en kent een methodische aanpak. De aanpak is gericht op: het structureren van de dag; en/of de uitvoering van dagelijkse handelingen en vaardigheden; en/of het aanleren van (nieuwe) vaardigheden betreffende het (psychosociaal) functioneren wat bijdraagt aan gedragsverandering.

Rechtspraak bij dit artikel