Voor het realiseren van een woningaanpassing met een verstrekt pgb kan het college de volgende kosten in aanmerking nemen:
de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het realiseren van de woningaanpassing, gebaseerd op de minimumnormen uit het Bouwbesluit 2012;
de risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991;
het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bedoeld in DNR 2011 (De Nieuwe Regeling 2011), voor zover het college het inschakelen van een architect noodzakelijk acht;
de kosten voor het toezicht op de uitvoering, voor zover het college dit noodzakelijk acht, tot een maximum van 2% van de aanneemsom;
leges, voor zover deze betrekking hebben op het realiseren van de woningaanpassing;
de verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting;
het renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betalingen aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover dit verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen;
de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen worden;
de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en de adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing;
de kosten van de aansluiting op een openbare nutsvoorziening.
Hoofdstuk › § 2.
Artikel 2.3