Deze beleidsregels zijn een uitleg van hoe de ondersteuning op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet is geregeld op basis van de geldende regels in de gemeente Vlissingen. Die regels zijn neergelegd in de Verordening Wmo en jeugdhulp gemeente Vlissingen 2021 (hierna: de Verordening) en in de Nadere regels Wmo en Jeugd 2021 gemeente Vlissingen (hierna: Nadere regels). De Verordening en de Nadere regels zijn op hun beurt weer gebaseerd op de Wmo 2015 en de Jeugdwet.
De basis van de Wmo 2015 is meedoen aan het maatschappelijk leven. Inwoners dragen een eigen verantwoordelijkheid voor de wijze waarop zij hun leven inrichten. Van hen wordt wel verwacht dat zij zelf zoveel mogelijk oplossen en organiseren. Net als de andere wetten binnen het sociaal domein is de Wmo 2015 dus complementair en is de bedoeling dat de zelfredzaamheid en participatie wordt bevorderd. Bij de Jeugdwet staat centraal gezond en veilig opgroeien, waarbij jongeren en hun ouders in eerste plaats hiervoor verantwoordelijk zijn. Eventuele ondersteuning heeft voor zover mogelijk tot doel te ‘demedicaliseren’, ontzorgen en normaliseren.
De Wmo 2015 en Jeugdwet zijn maatwerkwetten. Dat houdt in dat op individueel niveau wordt vastgesteld of en welke ondersteuning noodzakelijk is. Er bestaat geen categoriaal recht op een maatwerkvoorziening op grond van de Wmo 2015 zelf. Daarom staat in de Wmo 2015 een zorgvuldige toegangsprocedure tot de maatwerkvoorziening centraal. Hetzelfde geldt voor de Jeugdwet en de inzet van individuele voorzieningen.
Het gaat er om de ondersteuningsvraag van de inwoner, zijn behoeften en de noodzakelijke resultaten helder te krijgen en om te achterhalen wat iemand op eigen kracht, met mantelzorg of informele hulp dan wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of te verbeteren. In aanvulling hierop wordt gekeken of een algemene voorziening, zoals de ondersteuning in het buurtteam, passend is of dat (ook) een maatwerkvoorziening nodig is. Het wettelijke kader, de Verordening en de Nadere regels leggen de kaders van de toegangsprocedure vast. Deze beleidsregels Wmo & Jeugd leggen uit hoe de toegangsprocedure verloopt. Het resultaat van de procedure moet steeds zijn dat een passende bijdrage wordt geleverd aan zelfredzaamheid en participatie.
Bij gezinnen liggen de principes van ontzorgen en normaliseren van opvoedproblemen aan de basis voor beantwoording van de vraag naar ondersteuning. Kwetsbaarheid kan weliswaar lastig zijn, maar hoort bij het dagelijks leven. Onnodig problematiseren en etiketteren dient te worden tegengegaan (normaliseren). Kwetsbare gezinnen hebben naast een veilige en stimulerende opvoedomgeving ook een vorm van ondersteuning nodig die de eigen kracht weet te versterken en de sociale omgeving kan activeren en benutten (ontzorgen).
Dat betekent dat we de verantwoordelijkheid in eerste instantie neerleggen waar het hoort: bij de ouder(s)/verzorger(s). Als ondersteuning nodig is, dan begint het in het eigen netwerk en in het voorliggend veld. Met het 'voorliggend veld' bedoelen we de laagdrempelige en vrij toegankelijke ondersteuning waar geen indicatie van de gemeente voor nodig is. Daar liggen veel kansen en krachten. Mocht dit echt niet voldoende zijn, dan is er aanvullende inzet van algemene voorzieningen mogelijk en tot slot van individuele voorzieningen. Daarbij kijken we integraal naar het hele gezinssysteem.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.1
Algemeen
Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugd Gemeente Vlissingen Juni 2021