De toegangsmedewerker gaat als uitgangspunt tijdens een huisbezoek in gesprek met de inwoner, diens vertegenwoordiger en desgewenst of wanneer noodzakelijk maakt een van de volgende partijen deel uit: de mantelzorger(s), een familielid, inwonerondersteuner en deskundige(n). Bij het onderzoek wordt door de toegangsmedewerker aan de hand van een legitimatiebewijs de identiteit van inwoner gecontroleerd en vastgelegd.
De toegangsmedewerker stelt vervolgens vast of de gevraagde voorziening nodig is en wat de goedkoopst adequate voorziening is. Hieronder beschrijven we wat de toegangsmedewerker met de inwoner en betrokkenen bespreekt (dit in lijn met CRvB 11-4-2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1113).
Tijdens het gesprek komen, in ieder geval de volgende onderwerpen aan de orde:
Wat de hulpvraag en de aanleiding van de vraag is (waarom wordt deze vraag nu gesteld)?
Welke problemen ondervonden worden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving. Dit wordt in beeld gebracht met de ZRM?
Welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen handhaven in de samenleving?
In hoeverre heeft inwoner eigen mogelijkheden en aanspraak op gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale en informeel netwerk en algemene voorzieningen ingezet?
Welke aanvullende mogelijkheden er nog zijn vanuit sociaal en informeel netwerk, algemeen gebruikelijke voorzieningen en algemene voorzieningen?
Welke eigen bijdrage inwoner verschuldigd zal zijn?
Of er de mogelijkheid is om te kiezen voor de verstrekking van een PGB, waarbij de inwoner in begrijpelijke bewoordingen wordt ingelicht over de gevolgen van die keuze.
Welke rechten en plichten er zijn en hoe het melding en aanvraagproces in zijn werk gaat plus de mogelijkheid om schriftelijke aanvullingen te geven op het gespreksverslag. In het gesprek wordt tevens een inschatting gegeven van de tijd die nodig is voor het doen van een zorgvuldig onderzoek.
Het onderzoek vindt plaats binnen zes weken na de melding. Als deze termijn niet gehaald wordt dan wordt een vertragingsbericht verzonden, waarin gemotiveerd is aangeven waarom de termijn niet gehaald wordt en binnen welke termijn het onderzoek naar verwachting is afgerond. De inwoner heeft het recht om een aanvraag in te dienen wanneer het onderzoek over de 6 weken termijn gaat.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.6
Onderzoek en termijn van onderzoek
Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugd Gemeente Vlissingen Juni 2021