Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 6.2

Primaat verhuizen

Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugd Gemeente Vlissingen Juni 2021

Het verhuisprimaat toepassen betekent dat we bij duurdere woningaanpassingen eerst kijken of iemand kan verhuizen naar een andere woning, die al is aangepast of veel goedkoper valt aan te passen. Dit kan op grond van artikel 2.3.5 lid 3 Wmo 2015. Daar staat dat de maatwerkvoorziening een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. In de Memorie van Toelichting staat wat daaronder kan worden verstaan: “De eigen leefomgeving is niet per definitie gelijk aan het eigen (huur)huis, maar in de meeste gevallen zal er wel sprake moeten zijn van het zo lang mogelijk thuis blijven wonen. De eigen leefomgeving kan echter ook breder worden opgevat: de omgeving van de eigen buurt of de omgeving van het eigen sociale netwerk.” Naarmate de kosten van de aanpassing hoger worden, kan de gemeente in het kader van de belangenafweging besluiten om niet meer aan te passen, maar naar een alternatief om te zien. Dat kan een tijdelijke woonvoorziening zijn zoals een portacabin, of verhuizen. De toegang heeft instructie om te beoordelen of het primaat van verhuizen een compenserende voorziening is. Als dat niet het geval is kan gemotiveerd van het verhuisprimaat afgeweken worden en een andere compenserende woonvoorziening worden verstrekt. Hierna volgen voorbeelden van overwegingen die in de jurisprudentie worden genoemd bij de belangenafweging tussen “verhuizen of aanpassen van de huidige woning.” Dit is een niet-limitatieve opsomming. Sociale omstandigheden. De gemeente moet steeds de sociale omstandigheden in kaart brengen. Hierbij valt te denken aan: de binding die de inwoner heeft met de buurt, de aanwezigheid van familie en/of vrienden, de mantelzorg die door de verhuizing zou wegvallen, de gezondheidssituatie van de partner, de aanwezigheid en afstand tot verschillende voorzieningen (winkels, ziekenhuis etc.). Het gaat ook om een inschatting wat na de verhuizing weer aan sociaal netwerk kan worden opgebouwd. Psychische aspecten. De gemeente moet ook psychische redenen onderzoeken op grond waarvan niet van inwoner kan worden verlangd om te verhuizen. Volledig onderzoek. Als de gemeente alleen de vraag beantwoordt of sociale en psychische gronden toepassing van het verhuisprimaat in de weg staan, is het onderzoek onvoldoende. Zwaarwegende omstandigheden. De volgende feiten werden aangemerkt als zwaarwegende omstandigheden die in betreffende casus hadden moeten leiden tot een uitzondering op het verhuisprimaat: inwoner heeft zijn woning grotendeels zelf aangepast. Op de aangevraagde trapliften na hoefden geen aanpassingen meer in de woning te worden aangebracht. Het verschil in kosten tussen de gevraagde woonvoorziening en het bedrag aan verhuis- en inrichtingskosten, inclusief eventuele aanpassingen in de nieuwe woning, is relatief klein. Combinatie van factoren. De volgende combinatie van factoren leiden in de betreffende casus tot een uitzondering op het verhuisprimaat: uit het medisch advies blijkt dat inwoner ernstig beperkt is op het gebied van communicatie. Het opbouwen van sociale contacten met onbekende mensen in een nieuwe woonomgeving is daardoor vrijwel uitgesloten. Verhuizing zou een ernstige achteruitgang op vooral sociaal en psychisch vlak betekenen. De woonlasten van de nieuwe woning stijgen ten opzichte van de huidige woning maar het wooncomfort is aanzienlijk minder. De nieuwe woning beschikt over een veel kleinere woonkamer. In de leefwereld van inwoner neemt de woonkamer een belangrijke plaats in, omdat hij rolstoelgebonden is. Kostenvergelijking tussen aanpassen en verhuizen. De gemeente moet de aanpassingskosten van de huidige woning afzetten tegen de voorziening voor verhuizing en inrichting van de inwoner, het eventueel aanpassen van de nieuwe woning en het eventueel vrijmaken van een woning. Termijn waarop een vervangende woning beschikbaar is en aangepast. Indien de inwoner gemotiveerd aangeeft dat het niet mogelijk is om binnen medisch aanvaardbare termijn te verhuizen, dan moet het college hier in de besluitvorming uitdrukkelijk aandacht aan besteden. De beschikking moet dan een indicatie geven over de concrete mogelijkheden om binnen de medisch aanvaardbare termijn te verhuizen naar een passende woning. Woonlastenconsequenties. De gemeente zal bij de afweging rekening moeten houden met de woonlastenconsequenties. Er moet een vergelijking worden gemaakt tussen de woonlasten bij het blijven wonen in de huidige woning en het verhuizen naar een andere woning. De financiële gevolgen van een verhuizing moeten binnen aanvaarbare grenzen vallen. Wooncomfort. Dit wordt in de jurisprudentie vaak gekoppeld aan een mogelijke stijging van de woonlasten. Maar bijv. ook de overweging dat het gezin van inwoner uit 5 personen bestaat. Elk kind heeft een eigen slaapkamer. Bij de verhuizing zouden de zusjes van inwoner een slaapkamer moeten delen. Huurder of eigenaar. Als de inwoner eigenaar van de woning is, zal een verhuizing of aanpassing van de woning andere gevolgen met zich meebrengen dan wanneer hij een woning huurt. Het verhuizen vanuit een koopwoning kan meer consequenties hebben dan verhuizen vanuit een huurwoning, met name in financiële zin. Beschikbaarheid aangepaste (of aan te passen) andere woonruimte. De gemeente moet zich er van vergewissen dat er een passende woning beschikbaar is en dit niet alleen een papieren werkelijkheid betreft. Die vraag kan slechts worden beantwoord op grond van een onderzoek naar de beperkingen van de betrokkene en alle andere voor die beoordeling relevante feiten en omstandigheden, waaronder de kosten van de aanpassing van de eigen woning en de daadwerkelijke beschikbaarheid van aangepaste of eenvoudig aan te passen andere woonruimten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel