Een Wmo-maatwerkvoorziening of individuele voorziening voor jeugdhulp wordt voor maximaal een jaar toegekend. De toegangsmedewerker beoordeelt periodiek of de door de gemeente toegekende jeugdhulp of maatschappelijke ondersteuning nog steeds passend en noodzakelijk is. Als dit noodzakelijk is, betrekt de gemeente hierbij ook een door de aanbieder en de jeugdige, ouder of cliënt opgestelde evaluatie van de ondersteuning die is verleend. Deze evaluatie wordt in eerste instantie via de cliënt, jeugdige of ouder opgevraagd. Als de cliënt niet over de evaluatie beschikt of deze niet wil verstrekken, biedt de Wmo 2015 een grondslag voor het opvragen van deze gegevens bij de aanbieder. De aanbieder is verplicht deze gegevens desgevraagd te verstrekken. De Jeugdwet biedt deze grondslag niet. Daarom is het bij jeugdhulp alleen mogelijk de evaluatie op te vragen bij de aanbieder als de jeugdige en/of ouder(s) hier uitdrukkelijke toestemming voor hebben gegeven. Op grond van art 2.7 lid 1 Jeugdwet kan wel informatie worden opgevraagd bij school, ook zonder toestemming van ouders. In het kader van transparantie moet het ouders wel gemeld worden als we dit doen.
Extra aandachtspunt bij uitvoering van de Jeugdwet is, dat vrijwel alle jeugdhulp eindigt als de jeugdige 18 jaar wordt. De gemeente verwacht daarom dat de jeugdige zich samen met de zorgaanbieder op tijd voorbereidt op de toekomst. Om een zorgvuldige overgang te bevorderen, wordt er ongeveer een half jaar voordat de jeugdige 18 wordt een evaluatiemoment gepland.
Bij het vaststellen van een evaluatiemoment wordt rekening gehouden met de (leer)doelen zoals geformuleerd in het ondersteuningsplan. Dat kan betekenen dat er eerder dan na een jaar wordt geëvalueerd of dat de ondersteuning voor een kortere periode wordt toegekend.
Een inwoner kan gebruik maken van meerdere voorzieningen. Daarbij wordt zoveel als mogelijk uit gegaan van een evaluatie 1x per jaar voor alle voorzieningen.
Bij waakvlamondersteuning wordt continue vinger aan de pols gehouden. Dit is een vorm van lichte, langdurige ondersteuning die gedurende langere tijd incidenteel of periodiek aangeboden wordt aan kwetsbare inwoners. Deze vorm van ondersteuning kan onder andere voorkomen dat problemen escaleren en ervoor zorgen dat indien nodig ondersteuning snel op- of afgeschaald kan worden. Dat betekent dat er een korte lijn is tussen toegang en cliëntsysteem en er contact is wanneer dat bij de situatie past. Het op vast momenten evalueren is bij deze groep inwoners een contra-indicatie.
Hoofdstuk 9
Artikel 9.1
Periodieke evaluatie
Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugd Gemeente Vlissingen Juni 2021