Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › Paragraaf

Artikel 2.23

Onversterkte muziek

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving 2021

1.. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als bedoeld in artikel 2.18, lid 1, onder f en lid 5 van het Besluit, binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, waarbij geldt dat: de in de tabel aangegeven waarden binnen in of aanpandige geluidsgevoelige gebouwen niet van toepassing zijn als de gebruiker van deze gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren van geluidmetingen; de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij geluidgevoelige terreinen op de grens van het terrein; de waarden binnen in en aanpandige geluidsgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, van toepassing zijn in geluidgevoelige ruimten en verblijfsruimten; bij het bepalen van de geluidniveaus als vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. 7.00 – 19.00 uur 19.00 – 23.00 uur 23.00 – 7.00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 2.. Onversterkte muziek afkomstig van het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie en fanfaregezelschappen, in een inrichting, is gedurende de dag en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 3.. Als versterkte muziek wordt gecombineerd met onversterkte muziek, wordt het samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. 4.. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3. Paragraaf 2 toestand wateren en putten

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel