**1..** Het is verboden zonder vergunning van het college op, in of aan zaken welke aan de gemeente in eigendom toebehoren, zowel roerend als onroerend, reclame te (laten) voeren, als wordt voldaan aan minimaal één van de in lid 3 genoemde situaties.
**2..** Het is een rechthebbende van zowel een roerende als onroerende zaak verboden zonder vergunning van het college deze zaak of een daarop aanwezig object te gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken van reclame, als wordt voldaan aan minimaal één van de in lid 3 genoemde situaties.
Hieronder wordt in elk geval
**3..** het verbod in lid 1 en 2 geldt voor zover sprake is van:
armoedig, ondeugdelijk of niet weerbestendig materiaalgebruik;
toepassing van felle en (sterk) contrasterende kleuren;
te opdringerige of veelvoud (waaronder omvang) aan reclames;
een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte welstandscriteria)
ernstige afbreuk doen aan architectonische bijzonderheden van een pand of monumentale waarden;
felle, van kleurwisselende of knipperende belichting (al dan niet ter ondersteuning van reclame);
(span)doeken
roterende of mechanisch bewegende reclamevoeringen of –voorwerpen;
losse merkenreclame of anderszins reclame voor bedrijven, diensten of producten die niet op het desbetreffende perceel plaatsvinden of worden verkocht;
reclame op onbebouwde gronden of percelen
reclame dat hinderlijk of gevaarlijk is voor derden (waaronder wordt begrepen inbreuk op de verkeersveiligheid en beperkingen voor de bereikbaarheid/doorrijhoogte of –breedte van hulpdiensten);
een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van (handels)reclame die geparkeerd staat op een weg met als doel handelsreclame te maken
**4..** Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien van:
reclame op driehoeks of sandwichborden waarvoor op grond van artikel 2.1 van deze verordening een vergunning is verleend;
opschriften betrekking hebbend op de naam en/of aard van in uitvoering zijnde bouwwerken en/of op de namen van degenen die bij het ontwerp en/of de uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks uitsluitend voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;
aankondigingen, waarbij een onroerende zaak geheel of gedeeltelijk te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden, voor zolang zij feitelijk betekenis hebben, mits aangebracht op (als het om grond gaat) of aan een onroerende zaak dat te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden;
opschriften en aankondigingen op of aan gebouwen en inrichtingen van openbaar vervoer en andere openbare diensten, indien deze zijn aangebracht ten dienste van dat vervoer c.q. die openbare dienst;
opschriften, aankondigingen en afbeeldingen ter regulering van het openbaar verkeer;
opschriften, aanplakkingen, aankondigingen en afbeeldingen op zuilen, borden of andere constructies die door of vanwege de gemeente zijn geplaatst;
als wordt gehandeld bij of krachtens wettelijke voorschrift, waaronder woningsluitingen op grond van de Opiumwet;
aankondigingen en opschriften aan woningen, die verband houden met persoonsgebonden uitingen van tijdelijke aard, zoals geboorte, prinscarnaval, etc.;
aankondigingen en opschriften achter glazen vensters, deuren en ramen van een bouwwerk, van tijdelijke aard:
in de aanloop van verkiezingen aanprijzen van politieke partijen, tot maximaal 1 dag na de verkiezingsdatum;
ter bevordering van tijdelijke inzamelacties of verband houdend met christelijke tradities (waaronder carnavalsposter), voor de duur van de actie / seizoen.
**5..** Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing
Paragraaf 5. Kamperen buiten kampeerterreinen
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf
Artikel 2.26
Verbod op reclame
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving 2021