Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 2:2

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of op een andere manier verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg ook verstaan alle niet openbare ontsluitingswegen van gebouwen. 3.. De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of door het college in de overige gevallen. 4.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing als in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 5.. Het verbod in het eerste lid is verder niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Wegenverordening Noord-Holland 2015, de Waterschapsverordening Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, de Telecommunicatiewet of de Verordening werkzaamheden kabels en leidingen Alkmaar.

Rechtspraak bij dit artikel