Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:3

Ligplaatsvergunning

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben of een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen in openbaar water (ligplaatsvergunning). 2.. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:3 kan een vergunning worden geweigerd in het belang van de ordening van het openbaar water. 3.. Op de aanvraag om een ligplaatsvergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. 4.. De ligplaatsvergunning is niet overdraagbaar en geldt voor bepaalde tijd. 5.. Een ligplaatsvergunning is niet nodig als een ontheffing voor een vaartuig op grond van het Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 24 oktober 1995, nr. 95-901256 of het Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 1 juli 1993, nr. 93900647 is vereist, tenzij het betreft het Noordhollands Kanaal, voor zover gelegen tussen de Kanaalkade en de Noorderkade. 6.. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening of de waterschapsverordening of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer, de Scheepvaartverkeerswet of het Binnenvaartpolitiereglement.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel