Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 1

Artikel 4:4

Onversterkte muziek

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving

1.. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid, onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat: de in de tabel aangegeven normen binnen in- of aanpandige geluidgevoelige gebouwen niet gelden als de gebruiker van deze geluidgevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; de in de tabel aangegeven normen op de gevel ook gelden bij geluidgevoelige terreinen op de grens van het terrein; de normen in in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. tabel: 7.00-19.00 uur 19.00-23.00 uur 23.00-7.00 uur LAr.LT op de gevel van geluidgevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAr.LT in in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van geluidgevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAmax in in- en aanpandige geluidgevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) 2.. Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. 3.. Als versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is dit artikel niet van toepassing. . 4.. Het eerste lid is niet van toepassing op carillons en collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel