Wanneer gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid, bedoeld in artikel 130 , vierde lid,164, zevende lid en 174, eerste lid van de Wet, zijn artikel 6.15, 6.16 en 6.17 van deze verordening van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 6 › Paragraaf
Artikel 6.18