Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:
de bij besluit van het college of de burgemeester aangewezen personen;
de krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dan wel artikel 18.6 van de Omgevingswet door het college aangewezen ambtenaren, voor zover het hoofdstuk 6 betreft;
ambtenaren van politie, als bedoeld in artikel 141, onder b van het Wetboek van Strafvordering.